Discomfort in nieuwe woningen

Als het bouwkundig ontwerp en het installatieconcept onvoldoende op elkaar zijn afgestemd, is de bewoner het kind van de rekening. Ing. Ron Bosch, docent ‘Installatie Technologie’ aan verschillende de Hogescholen en eigenaar van adviesbureau TIAB vertelt in dit artikel over een voorbeeld uit zijn eigen praktijk. Het ventilatieconcept paste niet bij de huizen, wat leidde tot discomfort. Bosch legt uit waarom en geeft handvatten voor de zoektocht naar een oplossing.

In het Bouwbesluit zijn onder andere eisen opgenomen om thermisch comfort in woningen te waarborgen. In Artikel 3.49 staat: “De toevoer van verse lucht veroorzaakt in de leefzone van een verblijfsgebied voor het verblijven van mensen, een volgens de NEN 1087 bepaalde luchtsnelheid die niet groter mag zijn dan 0,2 m/s in het verblijfsgebied.”

Voorschriften

Dit artikel in het Bouwbesluit heeft als doel om tochtverschijnselen binnen de woning tot een minimum te beperken. Door een ventilatietoevoervoorziening in de gevel op te nemen op een hoogte van meer dan 1,8 meter boven de aangrenzende vloer is de kans groot dat wordt voldaan aan de maximale luchtsnelheid van 0,2 m/s. Daarnaast luidt het advies om de afvoervoorziening op een afstand van minder dan 0,3 meter van het plafond te plaatsen, zodat een goede doorspoeling van de woning optreedt.
Als de ventilatietoevoervoorziening lager wordt geplaatst moet worden aangetoond dat de luchtsnelheid in de leefzone van de verblijfsruimte maximaal 0,2 m/s bedraagt. Bovendien eisen de SGW voorwaarden dat de leefzone een homogene temperatuur heeft.

Leefzone

Onder de leefzone wordt verstaan: een fictief vlak, 1 meter verwijderd van de buitengevel waar de luchttoevoer zich in bevindt en op een afstand van 0,2 meter van de binnenwanden. De leefzone heeft volgens de omschrijving van het Bouwbesluit een hoogte van maximaal 1,8 m vanaf de vloer gerekend. De exacte meetmethode staat beschreven in de NEN 1087.

Probleem

In het project dat ik onderzocht waren alle woningen voorzien van dauerlufting. Zowel banken als eettafels waren over het algemeen op een meter afstand van de buitengevels opgesteld. Als de bewoners aten of tv keken hadden ze last van een hinderlijke koude luchtstroming. Dit discomfort was dermate vervelend, dat de bewoners hun ventilatieroosters sloten tijdens de koude maanden.

Situatieschets

In het gekozen installatieconcept rustte de vloerverwarming op de, aan de onderzijde geïsoleerde, kanaalplaatvloer. Via natuurlijke toevoer kwam er verse lucht binnen in de huizen. De afvoer vond plaats via mechanische afzuiging op basis van een CO2-geregeld systeem. De controlesensor en het bediendeel bevonden zich in de woonkamer.

Metingen

Het installatieconcept schoot tekort en was de oorzaak van de klachten. De verwarmingscapaciteit was ontoereikend om de koudeval langs de gevel op te vangen. Dit hebben we via rookproeven aangetoond. Er werden daarbij luchtsnelheden tot 0,3 m/s gemeten. Begrijpelijk dat de bewoners last hadden van tocht. Ook bij gesloten roosters merkte men een koude luchtstroming op, vooral bij veel winddruk op de gevels.
Een en ander werd overigens onbedoeld verergerd doordat de woningen goed zijn geïsoleerd. Met een hoge basistemperatuur en een gering warmteverlies wordt de thermostaat zelden aangesproken en daarmee de vloerverwarming geactiveerd.

Oplossingen

In een dergelijke situatie is het sowieso verstandig om na te gaan of de vloerverwarming wel goed is ingeregeld. Zo niet, dan moet dit waterzijdig worden gecorrigeerd. Als de stijgende warmtestroom zich eerder vermengt met de koude lucht, zal dit ongetwijfeld bijdragen aan een hoger welbevinden. Een verdere verbetering van de situatie zal niet eenvoudig zijn. Men kan ervoor kiezen om electrische strips te bevestigen aan de daurlufting roosters, maar daar is weer een stukje regeltechniek en elektra voor nodig. Die moet dan wel voorhanden zijn. Bovendien krijgt de opdrachtgever te maken met bijkomende kosten, vanwege de aanleg en de energieverliezen. Mogelijk zijn die kosten nog te verhalen op de aannemer, maar dat is voor nu giswerk. Al met al had men eigenlijk al tijdens de ontwerpfase het installatieconcept moeten aanpassen om zo de koudeval te kunnen opvangen.

Verantwoording nemen

Nadat de resultaten van het onderzoek bekend waren gemaakt, kwamen we in een impasse terecht, waar we nog steeds in zitten. De betrokken bouwpartijen weigeren om verantwoording te nemen. De bouwer doet of zijn neus bloedt, de installateur geeft doodleuk aan dat hij wist dat er klachten konden komen. Hij had zodanig ingeschreven dat hij precies zou voldoen aan het benodigde aantal EPC-punten, anders had hij het werk niet gekregen. Het was dus zuiver een kwestie van lijstjes afwerken, zonder te kijken naar de samenhang tussen het bouwkundig ontwerp en het installatieconcept. Er is inmiddels een oplossing bedacht, maar wie er voor de kosten moet opdraaien is nog maar de vraag. De SGW geschillen commissie heeft de klacht nog in behandeling.

Oplossing

Wat is dan die oplossing? We overwegen om een warmteterugwinningsunit te plaatsen in de technische ruimte. Zo kan de 5 kW aan warmteverlies door de ventilatielucht gereduceerd worden tot een acceptabel niveau. De teruggewonnen energie laten we via de lepe hoeken van het trapportaal in een bouwkundig plenum stromen en brengen we vervolgens via een toevoerrooster in de woonkamer. Zo kan de huidige C02-regeling zijn werk goed doen en blijft de luchtbehandeling in balans. Bovendien wordt de kans op een ‘sick home’ situatie verminderd. Het gaat bouwkundig gezien om minimale en simpele aanpassingen.

Adviezen

Voorkomen is beter dan genezen, luidt een bekend gezegde. Ik zou dit artikel willen afsluiten met een aantal adviezen om situaties zoals hierboven te voorkomen. Allereerst een paar raadgevingen aan de ontwerpende installateur:

- Verdiep je in het bouwkundig ontwerp van de architect en de materiaalkeuze;
- Houd er rekening mee dat het installatiesysteem moet werken onafhankelijk van de windrichting en weersinvloeden;
- Bereken eerst de energievraag van het gebouw, voordat je gaat ontwerpen;
- Bepaal vervolgens wat het juiste installatieconcept is en houd hierbij rekening met het gebouw en de transmissiewaarden;
- Tot slot: laat je niet gek maken. Kennis is macht, maak daar ook in deze tijd gebruik van en zorg voor een goed ontwerp dat je kunt verdedigen.

Tegelijkertijd is het zaak om de behaaglijkheid op een verantwoorde manier te borgen. Hoe doe je dat als installateur?

- Vermijd koude luchtstromingen;
- Zorg ervoor dat buitengeluiden gedempt worden;
- Let erop dat het installatiegeluid niet boven de grens van 30 dB mag uitkomen;
- Voorzie het installatiesysteem van een filter dat ook stof, stuifmeel en pollen tegenhoudt om zo een gezonde leefomgeving te garanderen 

In de linker situatie is sprake van discomfort, rechts vermengt de koude lucht zich met de omhoogkomende verticale warmtestroom, wat zal leiden tot een beter binnenklimaat.