Ik ben enthousiast. Goed, dat ben ik altijd wel. Maar nu helemaal na het lezen van het rapport ‘Economische vooruitzichten installatiebranche 2017 en verder’ van branchevereniging Uneto-VNI. Marktindicatoren slaan groen uit. Oké, de mate waarin verschilt, maar een kniesoor die daar op let. Er liggen vette jaren voor ons. Natuurlijk, het zijn woorden en grafieken op papier. Die betalen de facturen niet. Uiteindelijk geldt dat het herstel voelbaar is in aanvragen, hoeveelheid werk en behoefte aan vakkundige mensen.
De grootste groei in 2017 ligt vooralsnog in woningbouw. Gevolgd door de aan elkaar gewaagde sectoren utiliteit en infrastructuur. Naar 2021 toe wordt sectorbreed een verdubbeling verwacht. Het is klip en klaar: de branche mag en moet aan de bak! Is dan alles rozengeur en maneschijn? Niet helemaal. Zo lees je in het rapport uitstekende prognoses van werkgelegenheid, door de toenemende vraag. Maar combineer dit eens met de natuurlijke uitstroom en verminderde instroom van vakmensen. Het kan niet anders dan dat dit gevolgen heeft. Het raakt de branche in haar geheel, maar zeker ook u als aanbieder. Welk effect heeft dit op alle vooruitzichten en voorspellingen?
Er vallen mij een paar details op in het rapport. Door de indrukwekkende hoeveelheid grafieken en schema’s overkomt het je zomaar om over een aantal prikkelende zinnen heen te lezen. Bijvoorbeeld over de alsmaar doorgaande systeemintegratie van elektrotechniek, klimaat en ICT. Of de rol van data en data-analyse. En niet te onderschatten: het ontstaan van nieuwe verdienmodellen.
De vooruitzichten geven mij energie. Om door te pakken op de kansen die er liggen. Niet vanuit de klassieke installateursrol, maar vanuit de rol als technisch dienstverlener. Als partner die grip op het gebouw en haar omgeving, de energie, het klimaat en de communicatie levert. En dat door slimme toepassingen van techniek.