Voor de zomer kwam de technische installatiebranche volop in het nieuws. Ondernemers en gemeenten sloegen de handen ineen om statushouders aan een baan te helpen. In Leiden werd een groep mannen omgeschoold naar een baan in de technische installatiebranche en ik nam samen met Doekle Terpstra, voorzitter van Uneto-VNI, een kijkje bij Installatiewerk om nader kennis te maken met deze nieuwe vakmensen. Ik was onder de indruk; vakmensen in spé op zoek naar een nieuwe toekomst. Gemotiveerd, gedreven en met (vaak hernieuwde) passie leerden ze de eerste kneepjes in het vak. Taal was misschien de grootste drempel, maar ook daar zag ik doorzettingsvermogen.


Het bezoek trok de nodige publiciteit en leidde zelfs toch vragen in de Tweede Kamer. Zorgen de statushouders niet voor verdringing op de arbeidsmark? Het Zoeterwoudse installatiebedrijf Rijndorp Installaties, die enkele van deze nieuwe vakmensen wil aannemen, ziet het geheel anders. Dit bedrijf ervaart een structureel tekort aan gekwalificeerde arbeidskrachten en moet alle zeilen bijzetten om de juiste mensen voor de juiste plek te vinden. Het bedrijf zoekt voortdurend naar nieuwe wegen en alternatieve vormen van instroom. Statushouders komen hierbij ook in zicht. Met het Sectorplan van de technische installatiebranche kunnen ze deze mensen opleiden. Maar dat geldt voor iedereen.
Dit plan startte als een instrument om in crisistijd mensen in de branche te behouden. Langzamerhand werd het steeds meer een hulpmiddel om nieuwe instroom te genereren. Mensen die al lang in de kaartenbak van de gemeenten zitten, mensen met afstand tot de arbeidsmarkt, mensen die een keuze willen maken qua nieuwe loopbaan, nieuwe Nederlanders die willen participeren in dit land. Het Sectorplan leidt ze naar de installatiebranche waar werkgevers met open armen staan te wachten. Een inclusieve branche waar voor iedereen met passie voor het vak plaats is. Want de orderportefeuilles zitten vol en handen zijn hard nodig.