In 1976 was er een eerste legionella-uitbraak in het Amerikaanse Philadelphia. Er zijn destijds enorme inspanningen verricht om de oorzaak te ontdekken. Professor Dick van der Kooij heeft sindsdien hierover vele onderzoeken gepubliceerd. In 1986 zag ook onze eigen gezondheidsraad in dat extra alertheid is geboden m.b.t. de legionellaproblematiek. In 1996 is het rapport Legionellose nogmaals onder de aandacht gebracht. Met name werd gewezen op risico’s bij toepassing van gemengd (lauw) watersystemen in de zorgsector.
Na de uitbraak in 1999 van Bovenkarspel is er veel veranderd. Het besef van veilig (douche)water kwam weer in beeld. Inspecties waren verwaterd. Het toezicht werd weer enigszins hersteld en controles namen toe. Dit alles diende het algemeen belang: volksgezondheid! Het werk van een inspecteur werd weer gewaardeerd en kreeg plotsklaps veel meer inhoud. Je werd niet meer weggekeken als je een inspectie ging doen. Het publiek was geïnteresseerd en men vroeg je de oren van je hoofd.
De noodzaak van controles werd weer ingezien. Eén van de grootste voordelen is dat met de toename van de controles ook beter werd voldaan aan NEN1006. En dat bekent: bijna geen legionellaproblemen meer in drinkwaterinstallaties.
Ook positief zijn de reacties die ik als docent krijg van directies die hun medewerkers op cursus sturen. Men realiseert zich dat de faalkosten hierdoor verminderen. Hetzelfde geldt voor het besef van aansprakelijkheid, imagoschade etc. Men neemt nu meer eigen verantwoordelijkheid. Het vak krijgt ook meer waardering: een loodgieter die zich installatie-architect noemt en een inspecteur die geen vervelende ambtenaar meer is.
Chapeau voor de installateurs maar nu moet Den Haag nog werken aan een positiever imago. Misschien moeten de politici eens een cursus bijwonen. Ze kunnen de kosten daarvoor vast wel declareren, …als ze de bonnetjes tenminste goed bewaren.