JAARLIJKSE CONTROLES ZIJN EEN MUST

Regelmatig valt het Ron Bosch op dat installateurs moeite hebben om keerkleppen op de juiste manier te plaatsen in drinkwaterinstallaties. In dit artikel legt de adviseur en HBO-docent Installatietechniek uit wat er zoal misgaat en op welke manieren je als installateur de jaarlijkse controle van keerkleppen correct kan uitvoeren.

Drinkwaterinstallaties moeten zodanig periodiek worden onderhouden en beheerd dat de kwaliteit van het drinkwater gewaarborgd blijft. Het jaarlijks controleren van keerkleppen maakt daar een belangrijk onderdeel van uit. Keerkleppen kunnen op een aantal manieren worden gecontroleerd.

Voorschriften

De controle dient te geschieden conform de geldende voorschriften en werkbladen. Volgens Waterwerkblad 1.4 G moet een EA-terugstroombeveiligingseenheid periodiek, ten minste één keer per jaar, gecontroleerd worden op de functionaliteit. Voorwaarde is wel dat ze op de juiste manier zijn aangebracht. De waterwerkbladen bieden hierover voldoende info. Kijk als installateur maar eens op www.infodwi.nl.

LinkedIn

Op LinkedIn liet een technicus trots zijn werk zien (zie afbeelding rechterbladzijde). Het zag er inderdaad strak en goed uit. Ik heb hem wel aanbevolen om ook de reeds gemonteerde keerkleppen te controleren. Dat kan door simpelweg beproevingskraantjes te plaatsen. Ze kosten circa 1 euro per stuk, dus voor de kosten hoef je het niet te laten.

Methodes

Er zijn drie methodes om een keerklep te controleren:
- standaardmethode
- vacuümmethode
- overdruk methode

Let op: in alle gevallen moeten er wel beproevingskraantjes op de keerkleppen zitten om de controle te kunnen uitvoeren.

Procedure

Er zijn dus drie methodes voor het controleren van keerkleppen. Op basis daarvan wordt bepaald of een keerklep wel of niet functioneert oftewel lekdicht is en bij onverwijld terugstromen de veiligheid kan garanderen.

Legionella Beheersplan

Als een hogere controlefrequentie wenselijk is, bijvoorbeeld als onderdeel van een Legionella Beheersplan, wordt geadviseerd om standaard een manometer en controlekraan (aftapper) te monteren. Dit om de controle te vereenvoudigen en tijd te besparen. Een in de leidingwater -installatie geplaatste beveiligingseenheid moet namelijk zo zijn aangebracht dat deze gemakkelijk kan worden gecontroleerd, onderhouden en vervangen.

Standaardmethode

Controleer je de keerkleppen volgens de standaardmethode, dan heb je een manometer en beproevingskraantjes nodig. In het Vewin-werkblad WB3.8 wordt er gesproken van boven- en benedenstrooms. Als de body van de keerklep zich bevindt voor de stopkraan, spreken we van het bovenstrooms gedeelte. Kijken we naar de andere kant van de keerklep, dan hebben we het over het benedenstrooms gedeelte. Ook hier dient zich
een aftapaansluiting te bevinden.

Controle van de keerklep:

• Men dient geen tappunten meer te gebruiken en de bewuste stopkraan van de controlerende leiding te sluiten;
• Middels een tappunt na de keerklep maakt men de leiding drukloos en draait men de tapkraan weer dicht;
• In de benedenstrooms gelegen aftapbeproevingsgelegenheid wordt een manometer geplaatst voorzien van een goed meetbereik in kPa met een maximum bereik van 0-600 kPa [0-6 bar];
• Bewuste stopkraan weer openen en leiding ontluchten;
• Zodra de manometer de leveringsdruk aangeeft de hoofdkraan weer sluiten;
• Vervolgens het beproevingskraantje opendraaien;
• Gedurende 30 seconden mag de manometer niet teruglopen;
• Is dit het geval dan kan de keerklep als lekdicht beschouwd worden.

Vacuüm methode

De keerklep dient te beschikken over een beproevingsaansluiting. Daarnaast moet de monteur een vacuümmeter paraat hebben. Deze methode is ideaal als men geen zicht heeft op het benedenstroomse deel van de installatie.

Controle van de keerklep:

• Men dient geen tappunten meer te gebruiken en de bewuste stopkraan van de controlerende leiding te sluiten;
• Middels de benedenstrooms gelegen aftapbeproevingsgelegenheid beproevingskraan voor de keerklep maakt men de leiding drukloos;
• In de bovenstrooms gelegen aftapbeproevingsgelegenheid wordt een vacuümmeter geplaatst voorzien van een goed meetbereik in kPa met een maximum bereik van 0-600 kPa [0-6 bar];
• Alle aansluitingen moeten lekdicht zijn voor een goede meetsessie;
• Vacuümpomp aanzetten middels een te verzorgen negatieve druk van -50 kpa [0,5 bar]
• Daarna de afsluiter van het vacuümsysteem dicht zetten;
• Gedurende 30 seconden mag de manometer niet teruglopen;
• Is dit het geval dan kan de keerklep als lekdicht beschouwd worden.

Overdruk methode

Deze methode is ooit beproefd door de Rijksgebouwendienst en ideaal voor moeilijk bereikbare keerkleppen. De monteur dient een jerrycan met vers getapt drinkwater, opvanggelegenheid en handperspomp tot zijn beschikking te hebben. Om de controle uit te kunnen voeren moet er benedenstrooms in het bestaande leidingwerk waar een keerklep wordt geacht aanwezig te zijn, een aansluitstuk met nippel/aftappunt
aangebracht te worden en een stopkraan.

Controle van de keerklep:

• Men dient geen tappunten meer te gebruiken en de bewuste stopkraan van de controlerende leiding te sluiten;
• Middels de benedenstrooms aangebrachte aftapbeproevingsgelegenheid beproevingskraan voor de keerklep maakt men de leiding drukloos, alsmede de hoofdkraan 1 van deze sectie;
• In de benedenstrooms gelegen aftapbeproevingsgelegenheid wordt een handperspomp aangesloten, voorzien van een goed meetbereik in kPa met een maximum bereik van 0-600 kPa [0-6 bar];
• Hoofdstopkraan 1 en nieuw geplaatste kraan 2 en kraan 3 worden geopend en de installatie wordt ontlucht;
• Daarna stopkraan 2 dichtzetten;
• En de druk op de manometer bekijken en vastleggen in het meetverslag;
• Met de handpomp de druk plusminus 50 KPa verhogen;
• Is de druk stabiel, stopkraan 3 dichtzetten;
• Gedurende 30 seconden mag de manometer niet teruglopen;
• Is dit het geval dan kan de keerklep als lekdicht beschouwd worden.
• Vang het gechloreerde water weer op in de jerrycan;
• Open de stopkranen 1 en 2 en ontlucht de installaties op een nader tappunt.

Hygiëne

Niet controleerbare keerkleppen [EB en ED] moeten om de 10 jaar worden vervangen. Elke keer dienen de vacuümpomp, handpomp en de te gebruiken slangen ontsmet te worden met een hoge chloorconcentratie [VBC 500 mg/l chloor] voor de ontsmetting van de gebruikte temperatuur. Gebruik checklists en een isometrische schets van de installatie waar u de controles heeft uitgevoerd.

Normen en richtlijnen

Belangrijke aan te houden normen en richtlijnen:
- NEN 1006
- Water- en Werkbladen
- ISSO-publicatie 30 ‘Leidingwaterinstallaties in woningen’ 

Bronnen: TIAB – Oliver Strecker Seton bv/ Intech K&S 2004/ RGD 10-5-2004