Er zijn drie belangrijke voorwaarden waaraan voldaan moet worden bij technische interoperabiliteit. Ten eerste moeten apparaten en (deel)systemen onderling kunnen communiceren en samenwerken. Vervolgens mag er geen verlies van functionaliteit of prestaties optreden bij vervanging van één of meer van deze. Oók niet als de vervangende apparaten of (deel)systemen afkomstig zijn van andere leveranciers of ontworpen en gebouwd zijn op basis van andere principes.

De laatste voorwaarde is nog dat de gebruiker geen speciale moeite hoeft te doen om verbinding te maken met een ander apparaat of systeem.
Interoperabiliteit gaat dus verder dan technische uitwisselbaarheid. Standaarden, protocollen en procedures zijn nodig om dit voor elkaar te krijgen. In praktische zin draait het hier vaak om open interfaces, technische communicatie en data-integratie. Vanuit dit perspectief is de relatie vanuit interoperabiliteit naar het Internet of Things snel te maken. Steeds meer producten hebben immers slimme micro-communicatietechnologie. De toepassingen overstijgen de in de installatiebranche overbekende producten. Denk bijvoorbeeld aan producten als kleding, meubilair, sieraden of vervoersmiddelen. In het onderling verbinden (of connecteren) en integreren van deze technologieën wil de gebruiker niet – zonder dat hij of zij daarvoor bewust gekozen heeft – gehinderd worden door merkafhankelijkheid.
Eén ding is zeker: alles gaat met alles communiceren. Dit geeft onnoemelijke hoeveelheden data. Data die via slimme algoritmes automatisch vertaald worden naar informatie. Informatie die wij nodig hebben om ons inzicht en onze kennis op onderwerpen te verbreden. In deze kantelingen draait het straks niet meer om producten of systemen. Het gaat om de mate waarmee deze met elkaar verbonden zijn en hoe zij onderlinge gegevens uitwisselen. Met als doel de kwaliteit, veiligheid en het leefcomfort van mens en maatschappij te verhogen.