De nieuwe vakmens

IN EEN VERANDERENDE BRANCHE

De technische installatiebranche ontwikkelt zich voortdurend. Nieuwe kennis, nieuwe technologieën, nieuwe uitdagingen. De vakmensen in de branche ontwikkelen mee. Ze volgen coachingstrajecten, nemen deel aan cursussen en investeren in hun toekomst. Zij nemen regie over hun loopbaan om niet alleen nu, maar ook in de toekomst inzetbaar te blijven. Maar hoe doe je dit? Hoe pas je je aan? Hoe ga je om met de ontwikkelingen in de branche, maar ook met jouw eigen dromen en wensen? Vier vakmensen – drie werknemers en een werkgever – vertellen vanuit eigen ervaring hoe zij werken aan duurzame inzetbaarheid in een veranderende branche.

Voor André Dekkers (44) is het niet nieuw om met zijn eigen ontwikkeling bezig te zijn. “Ik heb hier altijd wel aandacht voor gehad. Je moet met je tijd meegaan,” aldus Dekkers. Ook Nico Kooij (53) heeft al jarenlang ervaring met het zichzelf blijven ontwikkelen. “Ik ben opgeleid als loodgieter en heb daarna gewerkt in waterzuivering, milieutechniek, voedselproductie en machineverhuur. Je kunt dus wel zeggen dat ik gewend ben aan een leven lang leren.” Oscar Brouwers (56) geeft evenzeer aan van jongs af aan te hebben doorgeleerd. “Ik heb vroeger veel in de avonduren geleerd. En ook nu neem ik deel aan opleidingen en trainingen om bij te blijven.”

Samen doen

Dekkers, nu nog werkzaam als servicetechnicus bij ESNW in Alkmaar, beseft goed dat het pure noodzaak is om je te blijven ontwikkelen. “Veel werkgevers eisen het ook. Als je je papiertjes niet op orde hebt wordt het op de arbeidsmarkt lastig.” Kooij, actief bij RSP Technology in Delfzijl, herkent dit. “Je werkgever profiteert ook van je ontwikkeling. En hoe beter het gaat met je werkgever, hoe beter het gaat met jou!” Volgens Brouwers, die zelf maintenance engineer is bij Strukton in Utrecht, snijdt het mes aan twee kanten: “Je bent zelf in beweging en je werkgever ziet dat je actie onderneemt. Daardoor raakt je bedrijf bijna automatisch betrokken bij jouw ontwikkeling.”

Vertrouwen

Voor Harm Vredenburg, directeur van het in 1922 opgerichte Vredenburg Installatietechniek in Steenwijk, is deze manier van denken al vanzelfsprekend. Zijn bedrijf is flexibel en meedenkend met bijvoorbeeld werktijden. En de relatie tussen de medewerkers en de directie is altijd gebaseerd op vertrouwen. “Daarnaast leggen we de tijdens de bedrijfsbijeenkomsten de jaarcijfers uit, zodat iedereen kan zien waar alle euro’s heengaan en vandaan komen. Hiermee versterken we het gevoel dat we het écht samen doen en allemaal verantwoordelijk zijn voor het werk.”

Lef

Soms gaat niet alles vanzelf en is het ook een kwestie van lef, zo beaamt Vredenburg. “Toen ik ons nieuwe bedrijfsgebouw neerzette, inclusief een kleine windturbine, vroeg menigeen of ik gek was geworden. Energiezuinig bouwen was toen namelijk nog niet zo vanzelfsprekend. Maar lange tijd stond ons pand in de top 10 van meest energiezuinige panden van Nederland.” Lachend: “Met de windturbine is het minder goed afgelopen, die is omgevallen. Maar soms moet je gewoon dingen proberen! En de investeringen neem ik voor lief.” En dit geldt ook voor vakmensen. “Investeer in je mensen en maak optimaal gebruik van hun kracht. Het maakt je bedrijf dynamisch en klaar voor de toekomst. En je kunt er als werkgever zélf mee aan de slag!”

Een leven lang ontwikkelen

Ondanks dat Dekkers, Kooij en Brouwers het in hun werk uitstekend naar hun zin hebben, besloten zij allen actie te ondernemen. Dekkers ging zelfs op zoek naar een andere baan. “Ik begon het gevoel te krijgen dat ik in mijn baan was uitgeleerd. Daarom besloot ik verder te kijken.” Net als Dekkers geeft Kooij aan fluitend naar zijn werk te gaan. “Ik heb het erg naar mijn zin.” Toch blijft ook Kooij bezig met zijn ontwikkeling. “Ik zie het als een spreekwoordelijke lopende band. Als je eenmaal iets kan, wordt het tijd voor iets anders. Anders is het niet leuk meer.“ Ook Brouwers is op zoek naar uitdaging, ondanks dat hij met volle teugen geniet van zijn werk. “Ik heb het enorm naar mijn zin. Een coach heeft mij er echter wel bij geholpen om mijn persoonlijke ontwikkeling tegen het licht te houden.”

Fysieke inspanning

In de zoektocht naar ontwikkeling en uitdaging speelt in de technische branche de flinke fysieke inspanning ook mee. Brouwers: “Je ziet, onder andere door leeftijd, dat sommige collega’s het lastig hebben. Door je te blijven ontwikkelen kun je altijd iets anders gaan doen.” Kooij is het daarmee eens. “Ik wil op mijn 65ste niet meer boven een hete oven staan. Daarom vind ik het heel belangrijk dat je nadenkt over de toekomst. Vooral als je een zwaar beroep hebt.” Ook Dekkers is zich bewust van de zware kanten van zijn werk. “Uiteindelijk wil ik daarom wel graag uit de buitendienst.”

Mensen aansturen

Dekkers, Kooij en Brouwers hebben alle drie een plan voor ogen in welke richting zij willen bewegen. Dekkers: “Bij mijn nieuwe werkgever liggen voor mij kansen om bijvoorbeeld technisch beheerder of projectleider te worden. Daarnaast lijkt het mij ontzettend leuk om mijn kennis en ervaring met anderen te delen!”
Kooij wil nieuwe accenten leggen. Omdat naar mijn mening alles begint met P&O. Ik heb vrij veel mensenkennis opgebouwd, dus zit ik eraan te denken om een extra opleiding op P&O-gebied te doen.” Ook Brouwers gaat een nieuw terrein verkennen. “Ik ben nu inspecteur en ik word hopelijk ook adviseur. Dan kan ik in de mentorrol mijn collega’s nog beter ondersteunen.”

Trots

Volgens Vredenburg draait het in de relatie tussen werkgever en werknemer om dialoog, overleg en vertrouwen. “Als werkgever moet je eerlijk zijn dat investeren in duurzame inzetbaarheid soms moeilijk is en ja, dat het geld kost. Hier begint het mee. Maar de waardering die je ervoor terugkrijgt is veel meer waard.” Maar bij Vredenburg kijkt men verder. “We doen mee aan veel maatschappelijke projecten in de regio. En ons sponsorbudget is voor 90% in handen van de medewerkers. Op die manier kunnen zij maatschappelijke projecten naar keuze sponsoren. Ook geeft een aantal van hen kinderen een middagje praktijkonderwijs, in eigen tijd. Dit zijn initiatieven waar ik heel trots op ben.”

Zélf aan de slag

Dekkers: “Je kunt niet altijd naar je werkgever kijken. Die kan wel meedenken, maar uiteindelijk moet je zélf aan de slag om aan je toekomst te werken.” Dat deed hij zelf door verschillende cursussen en trainingen te volgen, maar dus ook door op zoek te gaan naar een nieuwe werkgever. Kooij ging ook zelf aan de slag. “Bij ons wist niemand veel van elektrotechniek. Toen ik dat bij de leiding aangegeven had, ben ik samen met een collega een opleiding gaan doen. Dit werd perfect geregeld via OTIB.” Ook voor Brouwers bood OTIB uitkomst. Hij vroeg onder andere advies van een coach. “Je staat dan echt voor de spiegel. De coach laat je dingen echt anders doen inzien, hoezeer je het ook naar je zin hebt.”

Bewustzijn

Wat leveren deze investeringen op? Vredenburg: “Een gemotiveerde, uitgeruste werknemer die blijft! En soms vragen medewerkers ook hoe het met mij gaat. Dat stukje bewustzijn is prachtig. Volgens Vredenburg kan duurzame inzetbaarheid het best omschreven worden als een ideale mix van vakmanschap, gezondheid, veiligheid, samenwerking en motivatie. Samen leidt dat tot iets dat ik volhoudbaarheid noem. Mijn motto is altijd: ‘Als de menselijke norm regeert, krijg je een bedrijf dat rendeert!’” 