Nee, een landelijke invoering van de Waterprestatienorm zal hij niet toejuichen. En dat terwijl Eric van der Blom zelf jaren geleden aan de totstandkoming ervan meewerkte. De sanitair expert blijft een nuchtere Hollander: “We beschikken over voldoende zoet drinkwater. Ik ben wel een voorstander van besparende maatregelen, zodat we leren er bewuster mee om te gaan. Daarvoor zijn ook wel zinnige redenen aan te voeren. Bovendien valt ook op energetisch gebied nog winst te behalen.” In gesprek met de sanitair expert van Uneto-VNI.

Eric van de Blom stond samen met Will Scheffer aan de wieg van de Waterprestatienorm. Voor beiden was het eerder ‘noodgedwongen’ omdat de overheid er om vroeg. “Er kleefden allerlei haken en ogen aan. Uiteindelijk heeft de WPN het Bouwbesluit niet gehaald. Dat was niet echt teleurstellend. Die norm had een lichtelijk betuttelend karakter. Bij invoering zouden mensen voorgeschreven krijgen hoeveel water ze mochten gebruiken.”

‘Probleempje’

Op het eerste gezicht misschien geen gekke gedachte. Op energiegebied kennen we de EPC-norm. Iedere installateur weet dat de NEN 7120 een belangrijke bijdrage levert aan het terugdringen van het energiegebruik en de verduurzaming van onze energie-opwekkers. “Maar daar zit een grotere noodzaak achter. Onze fossiele brandstofvoorraad is eindig. Opstoken leidt tot milieuvervuiling en bovendien zitten we met een ‘probleempje’ in Groningen.”

Preken voor eigen parochie

Van der Blom praat op een luchtige toon, maar is bloedserieus. “Fabrikanten die waterbesparende producten verkopen zullen wel voorstander zijn van de landelijke invoer van de WPN. Begrijpelijk. We hebben echter vooralsnog voldoende zoet water. Bovendien verwacht ik niet dat een goede WPN-score thans bijdraagt aan de verkoopbaarheid van woningen.” Van der Blom houdt wel een slag om de arm: “Door de klimaatveranderingen zou deze situatie kunnen veranderen.”
Bewust omgaan met water
De sanitair expert staat overigens niet afwijzend tegenover waterbesparende maatregelen ‘an sich’. “Nu duurzaamheid op steeds meer gebieden in het maatschappelijk bestel een belangrijk thema wordt, zou het geen kwaad kunnen om ook meer aandacht te schenken aan een bewuste omgang met water.” Zeker als dat gekoppeld wordt aan energiebesparing.

Toen en nu

Waar anno 1950 een portiekwoning slecht geïsoleerd was, 3 – 4 tappunten had, een collectieve warmteopwekker, radiatoren aan de voor- en achtergevel en een geisertje, ziet de hedendaagse situatie er volstrekt anders uit. “Tegenwoordig heeft iedere nieuwbouw flatwoning een dikke thermische schil, eigen cv-ketel, vaak een ltv-vloer en of wandverwarming in verschillende ruimten en 8-12 tappunten.” We willen comfort. En dat werkt door in ons water- en energiegebruik. “Onze systemen zijn energie-efficiënter geworden, maar het warmtapwatergebruik is gestegen. In het totaalplaatje hebben we minder energie nodig voor ruimteverwarming, terwijl het aandeel voor de warmwaterproductie is gestegen.” Van der Blom somt wat cijfers op om zijn betoog te ondersteunen: “Destijds was pakweg 15% van het gasgebruik nodig voor de warmtapwaterproductie, bij een hedendaagse energiezuinige woning meer dan 50%.”

Verbetering

Van der Blom stippelt drie strategieën uit om de situatie te verbeteren. Allereerst valt er nog een fikse winst te boeken aan de opwekkingszijde als duurzame energie-opwekkers meer gemeengoed worden. De sanitair deskundige doelt op pv- of pvt-systemen, warmtepompen en de aansluiting op warmtenetten Daarnaast kan de efficiëntie van de toegepaste systemen naar een hoger niveau worden getild. Bijvoorbeeld door ventilatie- en douchesystemen te installeren met wtw-units. Tot slot zijn er nog besparingsmogelijkheden aan de afgiftezijde door (drukonafhankelijke) volumestroombegrenzers en waterbesparende douchekoppen te gebruiken.

Maar…

Onherroepelijk volgt er dan een ‘maar’, na zo’n opsomming. Inderdaad. Van der Blom: “Bij sanitaire technieken draait het om gezondheid en comfort. Er kan een spanningsveld ontstaan tussen de besparingsambities enerzijds en de behoefte aan comfort en gezondheidseisen anderzijds. Zo associëren we de populaire wellnessdouches niet direct met waterbesparing.” Daarnaast volstaan technische middelen alleen niet. Er is ook een gedragsverandering nodig. En “jonge kinderen zijn bijvoorbeeld sneller mee te krijgen in waterbesparende maatregelen dan pubers.” Tot slot moeten bewoners zich echt wel erg betrokken voelen bij het milieu om geld te gaan steken in waterbesparende maatregelen. De terugverdientijden zijn kort – van circa 6 maanden tot enkele jaren - maar wat maakt het uit voor een rekening die al aan de lage kant is. Water is toch immers goedkoop?

De macht van Europa

Als geld geen echte incentive is, moet idealisme dan de doorslag geven? Wel als we kijken naar waterbesparende maatregelen. Niet dus als het gaat om energiebesparing. En de overschakeling naar een circulaire economie. Europa dwingt ons namelijk met een breed scala aan maatregelen om zorgvuldiger en efficiënter om te gaan met onze natuurlijke hulpbronnen. “Zo moet de installateur sinds 2015 alle warmtapwater leverende apparatuur voorzien van een energielabel. Daarnaast verplicht de ERP-directive fabrikanten om de meest energiezuinige apparaten op de markt te brengen en daarmee dus oude varianten uit te faseren. En vanuit het Bouwbesluit is een wet in voorbereiding, die eisen stelt aan de milieuprestaties van gebruikte materialen. Denk aan leidingwerk, appendages en de componenten van warmtapwaterbereiders.”

Kennisachterstand

In hoeverre is de installateur al op de hoogte van deze ontwikkelingen? “De meeste MKB-bedrijven en zzp’rs hebben de afgelopen jaren alle zeilen moeten bijzetten om heelhuids door de crisis te komen. Dat heeft ook gevolgen gehad voor het up-to-date houden van hun kennis. Als branchevereniging geven we nu tegengas. We maken ons hard voor kennisdeling, zo hebben we recentelijk nog een themadag over Sanitaire Technieken georganiseerd. Daarnaast brengen we continu het belang van een gezonde balans tussen gezondheid, besparing en comfort onder de aandacht. Maar laat ik eerlijk zijn; zelfs al beschikt een installateur over de juiste kennis, uiteindelijk moet hij ook de klant weten te overtuigen om geld te steken in besparende maatregelen. Het is dus niet alleen een kwestie van techniek, er komen ook Soft Skills bij kijken.”

Toekomst

“Het aantal installaties in woningen neemt toe. Tegelijkertijd willen we een kwaliteit- en efficiëntieslag maken. Dat zal leiden tot een groei van het aantal prefaboplossingen. Het zou me daarnaast niet verbazen als we aparte technische ruimtes krijgen, die tegen de woning worden aangeplakt en voor het onderhoudsgemak van buiten toegankelijk zijn. Zowel in de renovatie- als nieuwbouwmarkt. Op conceptniveau verwacht ik dat de opmars van duurzame installatieconcepten door zal zetten. All-electric wijken, de massale toepassing van pv- en zonneboilersystemen, douche-wtw’s en warmtepompen, je voelt het aankomen. En ook warmtapwaterbereiding gaat onderdeel worden van een systeemoplossing. Overigens, wat betreft die warmtepompen: er wordt wel gezegd dat hun COP omlaag gaat als ze in de hedendaagse woningen worden ingezet voor de warmtapwaterproductie. Dat is correct, alleen van tijdelijke aard, vermoed ik. Als Den Haag stug vasthoudt aan een hoge norm, zal je zien dat fabrikanten vanzelf met innovaties komen. Zo gaat het nou eenmaal altijd.” 

Verandering NEN 1006

De NEN 1006 gaat op de schop. Dit om beter te kunnen inspelen op de huidige duurzaamheidstrends. In de nabije toekomst gelden er geen eisen meer voor de minimale temperatuur aan het tappunt, als er een geiser zonder interne voorraad wordt geïnstalleerd. Dit mag echter alleen gebeuren onder strikte voorwaarden. Zo is deze opstelling bijvoorbeeld alleen toegestaan in kleine ruimtes en mag de installatie tot aan het verste tappunt maximaal slechts 1 liter water bevatten.