Een aantal leveranciers van afgiftesystemen voorspelt dat met hun systemen in bestaande woningen forse energiebesparingen mogelijk zijn door toepassing van LTV. Deze besparingen zijn meestal gebaseerd op het effect van rendementsverhoging van de opwekker (in dit geval een HR107ketel, niet afgebeeld) door een lagere aanvoertemperatuur. Nu is dit in theorie volledig correct, maar wat zou de rendementsverbetering zijn van LTV (aanvoertemperatuur < 55°C) in een bestaande woning met standaard radiatoren? Door het moduleren van de thermostaat wordt tenslotte een groot deel van de dag met een lage temperatuur verwarmd. Onderzoek in een (eigen) woning leverde interessante resultaten op.

Potentiële energiewinst

Het condenseren van waterdamp uit rookgassen kan ongeveer 11% aan energiewinst opleveren (onderwaarde aardgas 31,65 MJ en bovenwaarde aardgas 35,17 MJ). De verdampingswaarde of condensatiewaarde van water is 2,26 MJ per kg. Bij een rendementsverbetering van 11% geeft dit 1,5 liter water per m3 aardgas. Kan die 11% energiewinst gerealiseerd worden door de aanvoertemperatuur van een conventioneel 80°- 60°C afgiftesysteem te verlagen naar maximaal 55°C?

Onderzoek

Om dit te onderzoeken is een test uitgevoerd in een Vaneg woning uit 1974 waar dubbelglas vervangen is door hr++-glas en het verwarmingssysteem bestaat uit een Nefit Ecomline hr-ketel in combinatie met originele radiatoren. Op twee vergelijkbare dagen met een buitentemperatuur van gemiddeld 2°C is de woning verwarmd van 16,5°C om 7.00 uur naar een dagtemperatuur van 20°C. Hierbij zijn de aanvoertemperatuur, retourtemperatuur en ruimtetemperatuur tezamen met het gasverbruik gemonitord. Het verschil tussen beide dagen was de ingestelde maximale aanvoertemperatuur. Tijdens dit experiment is het condenswater opgevangen en het condenswatervolume gemeten.