De meeste luchtconditioneringssystemen maken gebruik van het principe van geforceerde lucht. Recirculatielucht wordt gemengd met verse buitenlucht, vervolgens gekoeld of verwarmd en via toevoerroosters terug de ruimte in gebracht. Deze systemen voldoen niet meer voor elke situatie. De warmtelast in kantoorruimten is gestegen, vooral door het toenemende gebruik van computers. Er is dus meer koeling nodig. Maar dit vraagt om een hoger luchtdebiet, wat de luchtsnelheid en de geluidsproductie niet ten goede komt. Een onbehaaglijk binnenklimaat en uiteindelijk mindere werkprestaties en een hoger ziekteverzuim zijn het gevolg. Klimaatplafonds bieden dan uitkomst.

Koeling met klimaatplafonds vindt op een compleet andere wijze plaats dan met traditionele luchtsystemen. Het werkingsprincipe is als volgt: klimaatplafonds bevatten watervoerende elementen die zijn geplaatst aan de binnenzijde van het plafondpaneel. Ze zijn dus niet zichtbaar. De plafondtegels werken als warmtewisselaars tussen de ruimte en het water. Bij koeling absorberen de tegels de warmte in het vertrek en voeren deze door middel van het water af. Het opgewarmde water wordt middels een pomp naar de koelmachine gepompt, waar het vervolgens weer wordt gekoeld en teruggevoerd naar het klimaatplafond.

Ook verwarmen

Maar een klimaatplafond kan een ruimte ook verwarmen. De koelere lucht kan in dat geval niet opstijgen en maakt de luchtstroom geforceerd tegennatuurlijk. Dit resulteert in een reductie van de convectieve overdracht met ongeveer 75%. Doordat er nog steeds warmtebronnen in de ruimte aanwezig zijn en de ingeblazen lucht voor luchtbewegingen zorgt, kan deze reductie per object variëren. De keuze voor het type lucht-inblaasrooster is daarvoor bepalend.
Het verwarmen met een klimaatplafond kent twee fases: de opwarmfase en de comfortfase. Gedurende de opwarmfase wordt het pand opgewarmd. Er zijn dan weinig of geen personen in het pand. De oppervlaktetemperatuur van het plafond mag de comfortgrens van 33 á 35°C overschrijden. Het temperatuurtraject van het verwarmingswater kan dan 55-45°C bedragen. Gedurende de comfortfase zijn er wel mensen in het pand aanwezig. De maximale oppervlaktetemperatuur van het plafond moet nu tot 33 á 35°C gereduceerd worden. Het temperatuurtraject van het verwarmingswater kan dan 42-37°C bedragen.