Hoe kunnen we voorkomen dat drinkwaterleidingen ongewenst opwarmen door circulatiesystemen voor warm tapwater? Deze vraag duikt regelmatig op bij het installatieontwerp. Vooral als het gaat om zorginstellingen, hotels en sportcomplexen. Het gaat dan om de opwarming van distributieleidingen, uittapleidingen en mengkranen. In dit artikel wordt ingegaan op een aantal praktijk­situaties. Tot slot wordt een nieuwe techniek besproken.

In veel installaties worden de distributieleidingen voor drinkwater en voor het circulatiesysteem voor warm tapwater boven het verlaagd plafond gemonteerd. Zo wordt een overzichtelijk systeem gecreëerd, waarbij warm en koud water gezamenlijk naar de verschillende tappunten gaan. De keerzijde is de opwarming die optreedt boven het verlaagd plafond.
In zorginstellingen en ziekenhuizen is de ontwerp- en bedrijfstemperatuur van de ruimten meestal hoog: 22 of 24°C. Dit heeft als gevolg dat de temperatuur boven het verlaagd plafond oploopt tot boven 25°C. Zelfs bij toepassing van zeer goed geïsoleerde warme leidingen. De warmte kan domweg nergens heen. De drinkwaterleiding zal dus bij stilstand geleidelijk opwarmen tot deze hoge temperatuur. Wat te doen?

Isoleren en spuien

De gangbare oplossing is om te isoleren en spuien. Het gaat dan zowel om de warme als de koude drinkwaterleiding. Hiermee wordt condensatie voorkomen en wordt tevens bereikt dat opwarming van de leiding bij stilstand wordt vertraagd.
Met een veelgebruikt tappunt aan het eind is een regelmatige doorstroming verzekerd. In aanvulling hierop kan aan het eind een temperatuur gestuurde spuiklep worden toegepast. Hiermee kan de temperatuur van de distributieleiding onder de 25°C worden gehouden.

Spuien uittapleidingen?

Wat hiermee niet wordt opgelost, is de opwarming van de uittapleidingen die aftakken van de hoofdleiding. Ook deze bevinden zich in de opgewarmde ruimte boven het verlaagde plafond en worden niet regelmatig doorstroomd. Als de inhoud van de leiding kleiner dan 1 liter is en de temperatuur hoger dan 25°C moet het tappunt minimaal wekelijks worden gebruikt; anders moet er worden gespuid. En een spuiklep op ieder tappunt is wat veel van het goede. Deze situatie is dus niet goed te beheren. Wat nu?

Alternatief ontwerp

Een alternatief voor isoleren en spuien is een gescheiden distributie voor warm en koud water. In zorginstellingen met verschillende verdiepingen met een identieke plattegrond is de volgende aanpak mogelijk:
- circulatiesysteem voor warm tapwater boven het verlaagde plafond;
- drinkwaterleidingen als stijgleidingen door schachten, bijvoorbeeld in de badruimten.
Warm en koud water gaan dan via verschillende routes naar de tappunten. Als de schachten niet door andere warmtebronnen opwarmen, zoals cv-leidingen of vloerverwarming in de badruimte, dan is dit een goede oplossing. Slechts op één verdieping is dan een distributieleiding vereist naar de verschillende schachten. Als deze aangelegd kan worden boven een verlaagd plafond zonder warm water zijn maatregelen zoals spuien overbodig. Isolatie kan wel noodzakelijk blijven om condensatie te voorkomen.

Afb. A: ThermoTrenner van Kemper. Linksboven de doorstoomde aansluiting voor warm water, rechtsonder voor drinkwater.

Warme Schacht

In sommige gebouwen, waaronder zorginstellingen, wordt soms een zeer korte wachttijd voor warm tapwater verlangd. Als gevolg hiervan wordt het circulatiesysteem voor warm tapwater voortgezet in de schacht in de badruimte. Hierdoor warmt de schacht op tot boven 25°C en is het onmogelijk om daar een drinkwaterleiding aan te leggen zonder de NEN 1006 te overtreden. Een bruikbaar alternatief tracé voor de drinkwaterleiding is zelden voorhanden. Een ander nadeel van deze situatie is dat het circulatiesysteem vele vertakkingen kent, waarbij inregeling en temperatuurmeting aan iedere retour vereist zijn. In de praktijk blijkt dit veel werk op te leveren.

Wachttijd een probleem

Het roept de vraag op waarom een bescheiden wachttijd een probleem is. In woningen bedraagt de wachttijd bij de douche in veel gevallen rond de 10 sec. Dat lijkt ook in zorginstellingen en dergelijke geen onoverkomelijke zaak. Als volstaan kan worden met een warme uittapleiding, is de installatie eenvoudiger en goedkoper en de opwarming in de schachten blijft uit. Als de inhoud van de warme uittapleiding kleiner dan 1 liter (circa 7,5 m bij een inwendige diameter van 13 mm) is en de temperatuur onder 25°C blijft zijn geen verdere beheersmaatregelen vereist. Het voordeel van deze aanpak is dat het circulatiesysteem compacter en beter beheersbaar is.

Opwarming mengkraan

In sommige situaties, bijvoorbeeld badruimten met verschillende douches en/of wastafels, bevindt de warme circulatieleiding zich vlakbij de mengkranen en tappunten. Door warmtegeleiding via de leiding en het water kan opwarming van het water in de mengkraan optreden tot temperaturen tussen de 30 en 40°C. Deze temperatuur is ideaal voor de groei van biofilm en Legionella en moet dus vermeden worden.

Afb. B: Aansluitwijze ThemoTrenner.

Afstand houden

De gangbare oplossing hiervoor is het toepassen van een uittapleiding van minimaal 1 m lengte tussen de circulatieleiding en de mengkraan. In sommige situaties is dat echter lastig te realiseren. Een ander nadeel van deze oplossing is dat bij weinig gebruikte tappunten er onvoldoende verversing van deze leiding optreedt en beheersmaatregelen nodig zijn. Bij een directe aansluiting speelt dat probleem niet. Dat veroorzaakt wel weer opwarming van de mengkraan. Maar daarvoor lijkt nu een oplossing mogelijk.

Doorstroming met isolatie

Sinds kort is er een montageblok op de markt dat een directe aansluiting van circulerend warm water op de mengkraan mogelijk maakt, waarbij volgens de fabrikant nauwelijks opwarming in de mengkraan optreedt (zie afbeelding A). Dit wordt bereikt doordat het blok is voorzien van een korte leiding van isolerend materiaal tussen de doorstroomde aansluiting en het punt waar de mengkraan wordt aangesloten (zie afbeelding B).
Of dit montageblok voldoende effectief is, moet nog voor de Nederlandse situatie worden aangetoond.

Aansluiting

De aansluitwijze van het montageblok is in afbeelding B weergegeven. De doorstroomde drinkwateraansluiting bevindt zich aan de onderzijde. De doorstroomde aansluiting voor warm tapwater bevindt zich aan de bovenzijde. Hiermee wordt bereikt dat opwarming van de ruimte achter de voorzetwand door het warm tapwater niet leidt tot opwarming van drinkwater. Daarom is ook de retourleiding van het warm tapwater boven het montageblok gemonteerd 

Auteur: Hans van Wolferen, zelfstandig onderzoeker bij Van Wolferen Research Apeldoorn

Tips

- De combinatie van drinkwaterleidingen en circulatieleidingen met warm tapwater boven een verlaagd plafond moet worden voorkomen. Het alternatief is een gescheiden distributie voor warm water en drinkwater. Warm water boven het plafond, drinkwater middels stijgleidingen in schachten.
- Het doortrekken van circulatieleidingen met warm tapwater van het verlaagd plafond naar schachten moet worden voorkomen. Een uittapleiding met een kortere wachttijd is in de meeste situaties goed mogelijk.
- Bij het doorstroomd aansluiten van de warme circulatieleiding op mengkranen kan opwarming van het water in de mengkraan optreden tot temperaturen tussen 30 en 40°C. De gangbare oplossing hiervoor is het toepassen van een uittapleiding van minimaal 1 m lengte tussen de circulatieleiding en de mengkraan. Een alternatief is wellicht het toepassen van een montageblok, dat een directe aansluiting van circulerend warm water op de mengkraan mogelijk maakt. Volgens de fabrikant is er in een dergelijk geval nauwelijks sprake van opwarming in de mengkraan.