ACHTERGRONDEN

Adviseur en installatiearchitect Ron Bosch legt hieronder uit met welke zaken we rekening moeten houden om de geluidsproductie van installaties op een acceptabel niveau te houden in de woon- en werkomgeving.

Dit artikel gaat over het geluidsniveau dat mag worden geproduceerd in woningen, maar ook het effect van geluid dat van buiten komt, wordt belicht. In de hedendaagse gebouwen worden we steeds meer omringd door gebouwgebonden installaties. We kunnen eigenlijk niet meer zonder.

Bomvol installaties

Welke installaties komen we zoal tegen in de gebouwde omgeving?

• Sanitaire installaties zoals toiletten, kranen, leidingen, afvoeren, ont- en beluchtingssystemen
• Verwarmingsketels met circulatiepompen
• Warmtepompen met circulatiepompen en buiten- en gekoppelde binnenunits die ook geluid produceren.
• WTW, C02 gestuurde ventilatiesystemen, afzuigroosters en daurluftung
• Liften

Bekende missers

De meeste fouten vallen onder de volgende categorieën.

• Bij het ontwerp en dimensionering van installaties kunnen deze te krap of slecht ontworpen zijn. Menig maal leidt dit tot geluidsproblemen.
• Standleidingen die niet goed geïsoleerd zijn, waardoor stromingsgeluid wordt waargenomen na het doorspoelen van het toilet.
• Er is geen rekening gehouden met het feit dat er een verblijfsgebied is in de buurt van de opgestelde technische apparatuur.
• Installaties komen te staan tegen lichte constructieve wanden of bovenop daken, waardoor er geluidsoverdracht richting de constructie plaats vindt.
• De deuren van technische ruimten hebben geen kierdichting, zodat ze het geluid van de aanwezige apparatuur niet kunnen dempen.
• Ventilatiesystemen die overspraak in de hand werken of het geluid van de afzuig- of toevoerventilator naar buiten of binnen toe onvoldoende dempen.
• In woongebouwen geplaatste drukverhogingsinstallaties, waarvan het geluid doordringt in het gebouw.
• Afzuigventilatoren in parkeergarages die voor overlast zorgen.
• Verkeerd geselecteerde afzuigventilatoren of geplaatste ventilatie units op daken die niet de juiste geluiddempers hebben en teveel geluid uitstralen naar de omgeving richting belendende gevels.
• De buitengevel dempt geen geluiden.
• Liftschachten vlakbij verblijfsgebieden.


Eisen Bouwbesluit 2012 artikel 3.9

Volgens de eisen van het Bouwbesluit mogen deze installaties niet te veel geluid produceren. Het zogenaamde karakteristieke geluiddrukniveau in een verblijfsruimte mag niet hoger zijn dan 30 dB(A). Ook aan kamerscheidende wanden (52 dB) en wanden tussen gemeenschappelijke ruimten en kamers (31 dB) worden eisen gesteld.

Bescherming

Voor de woonfunctie zijn ook voorschriften opgenomen ter voorkoming van geluidoverlast van de eigen gebouwinstallaties. Het karakteristieke installatie-geluidsniveau (in de hoogste stand) van een verblijfsruimte wordt bepaald volgens de NEN 5077 en mag tezamen niet meer zijn dan ten hoogste 30 dB(A). Alles wat hoger is dient in een aparte ruimte te worden geïnstalleerd waarbij weer de norm geldt van een verblijfsgebied. Een verblijfsruimte voor alle duidelijkheid is een ruimte waarin mensen verblijven. Een verblijfsruimte ligt altijd in het verblijfsgebied. Een verblijfsgebied is een verzameling van aan elkaar grenzende verblijfsruimten op een zelfde bouwlaag en bestaat altijd uit ten minste één verblijfsruimte.

Is geluidshinder meetbaar?

Nee geluidshinder is niet te meten, je ervaart het. Het geluid zelf is echter wel meetbaar.
Bewoners die frequent last hebben van lawaai in hun directe woonomgeving zijn op een gegeven moment ten einde raad. Het geluid kan alle perken te buiten gaan, vooral als je iets niet uit kan zetten. Maar wat kan je dan doen om het ongewenste geluid te stoppen? Eerst moet je weten waar het vandaan komt. Door metingen te verrichten kan je te weten komen wat het karakteristieke geluidsniveau is in dB(A) en wat de bron is (veroorzaker). Aan de hand van de resultaten en analyse van gebruikte materialen en installaties, alsmede de meetrapporten van de gemeente als er sprake is van bijvoorbeeld verkeerslawaai, kan je vervolgens achterhalen waar de oorzaak ligt. Hiervoor dient wel een erkend akoestisch onderzoeksbureau te worden ingeschakeld. Zelf meten met een in de handel verkrijgbare geluidsmeter geeft een indicatie, maar de professionals hebben betere apparatuur die ook op basis van geluidsfrequentiebanden – de zogenaamde octaafbanden - van 125,250,500,1000-2000- 4000 Hertz kan meten.

Oorzaak en gevolg

Na meting en analyse weet je oorzaak. Dan kan je een plan van aanpak opstellen om het geluid te lijf te gaan. Zijn jouw installaties goed gemonteerd en voldoen ze aan de richtlijnen, dan hoef jij je geen zorgen te maken. Maar wat nu als een aannemer, makelaar of projectontwikkelaar een installatieconcept bedenkt en je in feite oplegt wat jij moet maken? Als je je vak verstaat, toets je uiteraard het ontwerp aan de vigerende normen. Is er iets niet in de haak, meld dit dan aan je opdrachtgever en zorg dat je dit vastlegt. Biedt een alternatief installatieconcept aan waar je wel achter staat. Je kunt dan weloverwogen de keus laten aan de opdrachtgever. In menig geval zal die, helaas, vaak kiezen voor de korte termijn (lees: laagste prijs).

Juridische problemen

Ben je dan gevrijwaard van juridische aanspraken? Nee. Jij weet immers dat het installatieconcept niet voldoet, maar dat je wel je best hebt gedaan om het werk binnen te krijgen en de opdrachtgever te wijzen op de problemen die mogelijkerwijze kunnen ontstaan. Beargumenteer dit goed en laat hier een verslag van opmaken. Kortom: bezint, eer gij begint. Als dit probleem ooit voor de rechter komt, dan zal deze mogelijk rekening houden met verzachtende omstandigheden bij zijn uitspraak. In dat geval zal je er als onderaannemer minder schade van ondervinden dan als je niet bij de opdrachtgever aan de bel had getrokken. De hoofd verantwoordelijke blijft uiteindelijk de projectdirectie die het bouwwerk uitvoert.

Wettelijke grenzen

Geluidshinder is een hele ingewikkelde problematiek. Hinder wordt door elk persoon individueel beleefd en is afhankelijk van haar of zijn persoonlijke omstandigheden. Ook het soort geluid speelt een rol. Zo blijken mensen in de praktijk minder snel last te hebben van treinen dan van langsrazend wegverkeer. Daarnaast spelen de octaafbanden een rol. Lage frequentietonen planten zich goed en ver voort via de lucht en kunnen worden veroorzaakt door diverse apparaten of installaties zoals ventilatoren, verwarmingspompen, liftmotoren, compressoren, zwaar vrachtverkeer, motoren van boten en vliegtuigen, windmolens en koelinstallaties. Volgens de richtlijnen kan laagfrequent geluid worden waargenomen via:
• het gehoor
• een gevoel van druk, onder meer in de gehoorgang en op het hoofd
• trillingen in buik, borst, armen en benen.
Kortom, laagfrequent geluid is dus niet alleen te horen, maar ook voelbaar.

Onderschatte klachten

Uit onderzoek van de Gezondheidsraad blijkt dat de gevolgen van geluidsoverlast (slaapverstoring, oververmoeidheid, lichamelijke klachten) zelfs ernstiger zijn dan die van passief roken. De overheid tracht daarom geluidshinder als maatschappelijk probleem te beperken. Bij het vaststellen van wettelijke geluidsgrenzen die acceptabel zijn voor de gemiddelde Nederlander, is rekening gehouden met de plaats, het tijdstip, de duur, de frequentie, het geluidsniveau en het soort bron. Vaak zijn de richtlijnen in de Algemene Politie Verordening van de gemeente van toepassing, maar soms komt het voor dat er geen goede geluidsnormen in opgenomen zijn. Met andere woorden, ze zijn ‘te vaag’. We willen uiteindelijke graag decibellen zien en een afbakening van tijdstippen. Heeft de overlast te maken met omgevingsgeluiden, raadpleeg dan de omgevingsdienst van de desbetreffende gemeente 