“HET ELASTIEKJE IS VAAK TE STRAK GESPANNEN"

De werkdruk is hoog, de markt is goed, de klant weet wat hij wil en de jonge vakmensen van nu hebben andere kennis en een andere rol. Het is schakelen voor ervaren vakmensen en soms zoeken naar meer zelfvertrouwen. De ervaren vakmannen Kees en Jan kennen dit gevoel én het dilemma tussen het eigen belang en hun loyaliteit naar hun bedrijf.

Kees is 56 jaar en werkt al 28 jaar voor hetzelfde bedrijf in de installatiebranche. Voorheen werkte hij in de tuinderij die zijn vader had opgezet. Met hart en ziel nam hij het levenswerk van zijn vader over en het doet hem nog steeds pijn dat hij het bedrijf heeft moeten opgeven.
“Het werd meer een hobby dan een bedrijf en dat kon niet midden in de landbouwcrisis. Inmiddels ben ik voorbereid op de vraag naar het hoe en waarom, maar het is en blijft heftig.” Met passie voor techniek maakte hij de overstap naar de installatiebranche. Jan, ook 56 jaar oud, heeft altijd in de techniek gewerkt. Al 12 jaar lang werkt hij bij zijn huidige bedrijf, maar wel in verschillende functies. Tegenwoordig zit hij op kantoor waar hij zorgt voor de planning en de ondersteuning van de monteurs in het veld. Hij is de oudste in het bedrijf.
“Ik sta met hart en ziel in mijn werk, maar de werkdruk is hoog, net als de verantwoordelijkheid.”

Blijven groeien

Kees is een doener en wil zich blijven ontwikkelen.“Ik heb altijd zelf het lot in handen willen hebben en heb dus altijd willen blijven leren. Ik wil ontdekken en groeien. Daar is leeftijd geen beperking in!” Toch denkt zijn bedrijf daar soms anders over. “Het idee leeft soms: je bent goed in je werk, blijf dat maar doen. Maar ik wil meer. Het heeft er een paar keer toe geleid om na te denken over een andere baan. Maar ik ben super loyaal. Dus ik vertrek ook niet gauw naar een ander bedrijf.”
Het was voor Kees reden om in zichzelf te investeren en de workshop 50+ te volgen.

Meer zelfvertrouwen

“Ik wilde weten hoe andere leeftijdsgenoten omgaan met zaken en ik zocht handvatten. Moet ik elke keer de strijd aangaan wanneer ik een opleiding wil volgen of kies ik voor een andere weg?” Kees was op zoek naar antwoorden en vond vooral veel zelfvertrouwen terug. “Ik kreeg het gevoel terug dat ik wél goed bezig ben. Dat ik mag vragen om ruimte voor ontwikkeling. Dat ik het waard ben om iets voor mijzelf te vragen. Daarnaast kreeg ik ook meer zicht in de manier waarop ik het gesprek beter kan aangaan.”
Ook de rol van jonge vakmannen en vakvrouwen kwam in de workshop aan de orde. “Ik had altijd het gevoel dat zij alle cursussen en trainingen mochten volgen en ik niet. Alsof mijn bedrijf er geen baat bij heeft dat ook ik bij het bedrijf blijf. Jongeren zijn digitaal beter, kunnen rapporten schrijven. Maar ik heb de techniek in mijn bloed zitten. Met mijn hoge verantwoordelijkheidsgevoel wil ik alles doen voor het bedrijf en me bewijzen. Zo zeer dat ik een keer een burn-out heb gehad. Ook dit thema wordt in de workshop besproken: geloof in jezelf en laat je niet gek maken. Ik wil blijven laten zien wat mijn toegevoegde waarde is en wil daar met opleidingen in blijven investeren.”

Jong/oud

Voor Jan spelen dezelfde onderwerpen. Het werk in de koeltechniek is zwaar en problemen met zijn rug brachten hem naar een andere rol op kantoor. “Het was goed voor mijn lijf maar ik moest wel even wennen. Geen direct contact meer met de klant dan behalve via de telefoon. Dat is toch wel anders.” Jan is de oudste in zijn bedrijf en mist hiermee leeftijdsgenoten om zo nu en dan eens mee te sparren. Op zijn werk ervaart Jan een generatiekloof. “Er wordt met enig respect naar mij en mijn ervaring gekeken. Ik werk met hart en ziel voor het bedrijf en voel een grote verantwoordelijkheid. Het houdt eigenlijk nooit op in mijn hoofd. Jongeren gaan hier toch anders mee om. Zij zijn gewend om grenzen te trekken en nee te zeggen. Ik kan dat slecht. Juist dat maakt de werkdruk hoog.”

Stress

Jan is ervan overtuigd dat zijn werk- en levenservaring hem tot de vakman hebben gemaakt die hij nu is. Hij ziet de jongeren met andere kennis binnen komen. “Ze hebben lang niet altijd de basiskennis van techniek. Dat ligt niet aan deze jongens en meisjes, maar aan de onderwijsprogramma’s. Het betekent dat ik me zo nu en dan opvreet van frustratie. Ik ben geen leraar maar wil wel graag kennis overdragen, ondanks dat dit lastig en stressvol is. Het bedrijf heeft een tekort aan vakmensen en we hebben wel voor 24 uur per dag aan werk. Ik neem mijn stress hierdoor mee naar huis en daar heeft mijn gezin gewoon last van. Dat kan niet de bedoeling zijn.”

Topsport

Maar er zijn meer factoren die het werk tot topsport maken. “De klant verandert. Hij weet meer dan vroeger, zoekt zelf alles op internet op en is mondiger. Dit betekent dat mijn werkervaring concurreert met de kennis op internet. Ik moet kunnen overtuigen, uitleggen en de klant meenemen. Het is veel. Het elastiekje is vaak te strak gespannen.” Ook Jan bezocht de workshop 50+ en dat bracht hem veel. “Er werd naar me geluisterd. Ik mocht gewoon mijn verhaal vertellen. Maar er werd mij ook een spiegel voorgehouden. Wat mag ik verwachten? Wat kan ik zelf doen? In welke redeneringen blijf ik hangen? Het zit bijvoorbeeld in mijn aard dat ik veel verantwoordelijkheid op me neem. Daar kun je van alles van vinden, maar als dat in je zit moet je daar ook zelf mee dealen. Een nuttig resultaat van een goede investering.” Voor Jan smaakt de workshop naar meer. “In de workshop worden punten aangestipt waarvan je denkt: hier zou ik meer mee moeten doen.” 

Naschrift: Kees en Jan zijn fictieve namen. De geïnterviewden wilden graag anoniem blijven.

Workshop 50+

Je werkt al jaren in de branche. Je collega’s weten wat ze aan je hebben en jij weet wat de jonge collega’s nog moeten leren. Je kent de klant en weet goed wat deze wil. Ook zie je wat binnen het bedrijf nodig is om het beste resultaat te halen. Kortom: je vakmanschap en je ervaring zijn goud waard. Workshop 50+ laat je juist daarin investeren. Op www.ervaringiswinst.otib.nl vind je meer informatie over een workshop bij jou in de buurt.