Warmtepompsystemen

DIVERSE TRENDS VRAGEN OM VERNIEUWDE KENNISPUBLICATIES

ISSO heeft de publicaties 72 en 98, over respectievelijk bodemgebonden water/waterwarmtepompen en lucht/waterwarmtepompen in de woningbouw, op de schop genomen. En dat is niet voor niets. Jos de Leeuw, Specialist Klimaatinstallaties bij ISSO, signaleert namelijk diverse trends in deze markt.

Zo wijst De Leeuw onder meer op de bètafactor bij het selecteren van een warmtepomp. Dit is de verhouding tussen het vermogen van de warmtepomp en het benodigd nominaal vermogen voor ruimteverwarming. Hiermee wordt de bijdrage van de warmtepomp aan de totale warmtelevering vastgesteld. “Tot op heden hield men vaak een bèta-factor van 0,7 á 0,8 aan. De warmtepomp levert dan op jaarbasis vrijwel alle benodigde warmte. De enkele keer dat dit niet lukt, lost het elektrisch element dat op.”

Scherper ontwerpen
Daar moeten we echter vanaf, stelt De Leeuw. “Nu netcongestie een steeds groter probleem wordt, is het – mits het warmtepompvermogen goed geselecteerd wordt – beter om een bèta-factor van 1 te kiezen. Dan kan de warmtepomp het altijd aan en springen niet overal tegelijk de elektrische elementen aan als het buiten te koud wordt.” Sowieso zijn er mogelijkheden om warmtepompen nauwkeuriger te selecteren. “In de kontaktgroepen van ISSO zitten mensen met veel praktijkervaring. Zij beschikken over veel data of hebben een berekeningsprogramma, waarmee ze exact kunnen zien hoe vaak en wanneer de warmtepomp niet meer aan de warmtevraag kan voldoen. Die kennis kunnen fabrikanten inzetten om nog ‘scherper’ te ontwerpen.”

Warmteverliesberekening
De Leeuw is betrokken bij zowel de grote herziening van ISSO-publicatie 98 ‘Lucht/waterwarmtepompen in woningen’, als de kleine update en naamswijziging van ISSO-publicatie 72 ‘Bodemgebonden water/waterwarmtepompen in woningen’ (voorheen: ‘Ontwerpen van individuele warmtepompsystemen voor woningen’). In beide documenten wordt dit belang van zorgvuldige selectie van de warmtepomp benadrukt. “We verwijzen daarbij ook naar ISSO-publicatie 51 ‘Warmteverliesberekening voor woningen en woongebouwen’. Deze nieuwe publicatie, met daarin ook een leidraad voor het selecteren van een warmtepomp om overdimensionering te voorkomen, verscheen in 2023. We maken hierin een onderscheid tussen basiswarmteverliezen en warmteverliezen die niet altijd, of niet altijd gelijktijdig optreden. Denk bij dit laatste bijvoorbeeld aan (extra) ventilatie, buren die niet thuis zijn of geen toeslag ten behoeve van bedrijfsbeperking. Dergelijke factoren worden gebruikt om de capaciteit van de warmtepomp zo goed mogelijk te bepalen. In publicaties 72 en 98 verwijzen we daarom ook naar deze kennis.”

Meer overzicht en structuur
ISSO-publicatie 98 was al tien jaar oud en daarom hard aan herziening toe. In mindere mate gold dat voor publicatie 72. Deze was slechts twee jaar oud, maar er ontstond behoefte aan kleine aanpassingen, zoals de genoemde toevoeging van de kennis uit publicatie 51. “Daarnaast hebben we beide documenten overzichtelijker gemaakt”, voegt De Leeuw toe. “Dat deden we door een duidelijk onderscheid te maken tussen wettelijke eisen en kwaliteitseisen. Zo weet de lezer beter welke eisen wettelijk zijn vastgelegd, en welke eisen er gelden voor vakbekwaamheid. Bovendien kan hij of zij sneller en gerichter op bepaalde informatie zoeken.” Naast het aanbrengen van meer structuur, waren er volgens het projectteam ook nog meer recente ontwikkelingen die aandacht vereisen.”

Ontsmetting met propaanwarmtepompen
Een voorbeeld daarvan is het toenemend gebruik van propaan als koudemiddel in lucht/waterwarmtepompen. Niet alleen is dit milieuvriendelijker, maar de warmtepomp kan zo ook hogere temperaturen maken dan met andere koudemiddelen. “Dat is weer gunstig voor het anti-legionellaprogramma, waarvoor de warmtepomp minimaal wekelijks op een temperatuur van – afhankelijk van de minimale standtijd – 60, 65 of 70°C moet worden gebracht. Bij andere koudemiddelen is hier een elektrisch element voor nodig, maar bij propaan hoeft dat niet.”

Nieuwe warmtepompvarianten
In publicatie 98 over lucht/water-warmtepompen komen ook diverse nieuwere warmtepompvarianten aan bod, die tegenwoordig vaker voorkomen. Als voorbeeld noemt De Leeuw de ventilatiewarmtepomp. “Voorheen waren de mogelijkheden beperkt tot warmte uit de ventilatie- en buitenlucht halen. Maar nu zien we vaker varianten die dieper kunnen koelen, waardoor nog meer energie uit de ventilatielucht gehaald wordt. Dit overigens wel met een lager rendement. Daarnaast zien we varianten die middels een drycooler kunnen verwarmen en koelen.” Ook PVT-warmtepompen, die met PVT-panelen warmte, koude en warmtapwater kunnen maken, komen steeds vaker voor.

Bestaande afgifte- en distributiesystemen
“In dezelfde publicatie voegen we een aparte bijlage toe over bestaande afgifte- en distributiesystemen”, gaat De Leeuw verder. “Een belangrijke reden hiervoor is dat we lucht/waterwarmtepompen steeds meer toepassen bij renovatie. Dat roept vragen op: zijn de bestaande leidingen hiervoor niet te krap? En kunnen we de bestaande radiatoren gebruiken? Vaak is het antwoord dat je deze qua oppervlak zal moeten vergroten, of convectoren moet gaan toepassen.”

Toepassen van warmteslot
Een laatste punt dat De Leeuw wil aankaarten, is de manier waarop men een boilervat op een warmtepomp aansluit. Hierbij is het namelijk belangrijk om, wanneer er geen warmtevraag is, de natuurlijke circulatie van warmte en daarmee terugstroming te voorkomen. “Dit doe je door een warmteslot toe te passen. Vroeger deden we hetzelfde met zonneboilers, maar we komen erachter dat dit in de praktijk wat in de vergetelheid is geraakt.” 

ISSO Open

De herziene versie van ISSO-publicatie 98 ‘Lucht/water-warmtepompen in woningen’ en de vernieuwde ISSO-publicatie 72 ‘Bodemgebonden water/waterwarmtepompen in woningen’ zijn straks beschikbaar via ISSO Open.