VOORKOMEN IS BETER DAN GENEZEN

Zelfs als we woningen voortreffelijk isoleren kunnen er tochtklachten optreden. Vaak heeft dat te maken met de installaties. Ron Bosch, HBO-docent installatietechniek en adviseur legt uit wat de oorzaak is van de problemen en reikt de installateur oplossingen aan.

De luchtbalans in onze kierdichte, goed geïsoleerde nieuwbouwwoningen is niet statisch, maar fluctueert. Dat leidt vaak tot energieverspilling in ruimtes waar geen mensen verblijven en een ondermaatse luchtkwaliteit in zones waar de bewoners zich langer ophouden. Zelfs als een regeling, bijvoorbeeld op basis van CO2, aangeeft dat er extra ventilatie nodig is, blijft het maar de vraag of de beschikbare capaciteit in alle gevallen wel toereikend is voor een grote bezetting. Bovendien kan een verkeerd gekozen installatieconcept bij een kierdichte, goed geïsoleerde nieuwbouwwoning leiden tot tocht- en koudeklachten. Daarnaast zien we ook regelmatig dat het gedrag binnenshuis tot fluctuaties kan leiden in het CO2-niveau en het vochtgehalte van de lucht, met alle gevolgen vandien.

Parameters

Daarom ben ik als auteur blij dat het Bouwbesluit comforteisen bevat en er richtlijnen zijn voor een juiste modelering van installatieconcepten. Hierop kunnen we als sector teruggrijpen. Daarnaast is het van belang om de essentiële parameters vast te stellen, waarmee we kunnen toetsen of er geen verschillen zijn tussen het ontwerp en het gerealiseerde installatieconcept. Ik denk dan aan parameters zoals:
• berekend energiegebruik;
• minimale luchtverversing per persoon 7 l/s;
• minimale luchtverversing per vertrek;
• maximaal 1000-1200 PPM CO2;
• goede filtering van de te verversen lucht;
• samenhangend testsysteem om de kwaliteit te borgen;
• de van toepassing zijnde normen, zoals de NEN1087.

DNA-classificatie van een installatie:
• geïnstalleerde capaciteit van de geselecteerde installaties;
• aard van de drijvende kracht;
• type regeling en bediening (indien handbediend inclusief opgave van de debieten bij verschillende ventilatiestanden), zonering, geluidsproductie (bij verschillende ventilatiestanden);
• thermisch comfort;
• verdunningsfactor;
• filtermogelijkheden.

Advies

Kijkend naar het Bouwbesluit en de richtlijnen:
• Stel richtlijnen op voor de minimaal te behalen prestaties voor de luchtuitwisseling per vertrek. Aanvullend aan deze capaciteitseisen uit het Bouwbesluit kunnen richtlijnen worden geformuleerd voor de luchtuitwisseling die in de praktijk daadwerkelijk gemiddeld per vertrek gerealiseerd moet worden bij normaal/standaard bewonersgedrag.
• Het huidige stuurartikel 3.28 uit het Bouwbesluit en het advies van de Gezondheidsraad (waarop de huidige capaciteitseisen zijn gebaseerd) geven samen voldoende aanknopingspunten voor de opstelling van zo’n richtlijn. Er is een minimale luchtuitwisseling van 7 l/s per persoon nodig om de CO2-concentratie beneden de 1200 PPM te houden en daarmee voldoende luchtkwaliteit te realiseren.

Praktijkcase

Nadat vorige jaar, vlak voor Kerst, een appartementencomplex was opgeleverd in Rosmalen, klaagden de bewoners over de tocht en koude luchtstromen. Men zette en masse de gevelroosters dicht. Het gevolg was dat het ventilatiesysteem overuren maakte, doucheputjes werden leeggetrokken en het vochtigheidsgehalte toenam in de woning, omdat er geen verse lucht naar binnen kwam. Het ventilatiesysteem met intelligente regeling bleef optoeren, omdat het te hoge concentraties CO2 signaleerde in de woningen. Uit metingen bij de referentiewoning bleek dat de combinatie van onverwarmde ventilatielucht, een lt-vloerverwarmingssysteem en een goed geïsoleerd huis de oorzaak waren van de comfortklachten. De verse lucht werd onvoldoende opgewarmd door het lt-vloerverwarmingssysteem.

Koudeval

Warme lucht koelt in een hoog tempo af bij grote raampartijen en valt vervolgens naar beneden. Daardoor lijkt het in de winter alsof er een tochtstroom over de vloer loopt. Koude lucht zakt en warme lucht stijgt. Dat komt doordat koudere lucht compacter en zwaarder is dan de lichtere warme lucht, die gewoonweg opzij wordt geduwd.

Leefzone

Als de gevel een hoge winddruk te verduren krijgt, stroomt er ongevraagd veel koude lucht naar binnen. Dit verergert de klachten. In ons land krijgen we te maken met forse windsnelheden van soms meer dan 15-20 m/s = 50 tot 70 km/h. Dat leidt tot 120 tot 260 Pascal op onze gevels aan winddruk.

Systeem 3 of 4

In de praktijk leiden balansventilatiesystemen tot aanzienlijk minder overschrijdingsuren dan systemen met natuurlijke toevoer en mechanische afvoer. Tevens is gebleken dat balansventilatiesystemen ook aanzienlijk minder tocht- en koude klachten met zich meebrengen dan systemen met natuurlijke toevoer en mechanische afvoer.

Oplossingen

Wat kunnen we eraan doen om koudeval te voorkomen en een goed installatieconcept te verwezenlijken?

Bij bestaande bouw:

• Enkel glas vervangen voor HR++ glas indien nog aanwezig;
• Bij convectorputten ondersteuningsventilatoren plaatsen, die de convectiestromen op gang brengen;
• Geen zitmeubilair plaatsen vlak bij de gevels. Dit is geen comfortzone, je moet minimaal 1 meter van de gevel verwijderd blijven;
• Bij vervanging van een Vr-ketel door een Hr-ketel rekening houden met convectorputten. Deze zijn vaak geschikt voor een hoog gestookt systeem (90-70°C) terwijl een Hr-ketel het liefst op lage temperaturen regelt, waardoor je te maken kan krijgen met een vermogenstekort.

Bij nieuwbouw:

• Kies voor een installatieconcept, dat past bij de situatie. Houd daarbij ook rekening met de bouwkundige context en bouwfysische omstandigheden;
• Denk dus goed na als je dauerlufting (gevelroosters) toepast in jouw ontwerp en als je het doet, plaats ze dan op een gevelzijde die niet direct in de stuwing van de wind staat;
• Overweeg ook eens of het mogelijk is om aardwarmtebuizen te gebruiken die de ventilatielucht voorverwarmen;
• Maak gebruik van elektronische, zelfregelende roosters bij winddrukken van meer dan 100 (Pascal). Het voordeel hiervan is dat ze automatisch zelf sluiten;
• Bedenk dat dauerlufting voorzien van elektrische voorverwarmingsstrip de energievraag verhoogt plus dat er geld gereserveerd moet worden voor de aanleg van elektra aansluitpunt;
• Stuur dauerlufting alleen op CO2-gehalte. Is het CO2-niveau te hoog, laat dan automatisch het rooster openzetten;
• Zet het meubilair minimaal 1 meter van de gevel af 

 

Convectorputten en ventilatoren

Waar moet je als installateur op letten bij de installatie en het gebruik van convectorputten?
• Waterdichtheid;
• Diepte van de put;
• Bij grote raampartijen een inbouwbreedte aanhouden met 10 cm extra ruimte aan weerszijden;
• De convectorputten vormen een ‘gordijn’ van warme lucht, waardoor de koude buiten wordt gehouden.

Enkele tips:
• Let erop dat de klant een convectorput niet afsluit door er een gordijn boven te hangen. Veel warmte blijft dan achter het gordijn zitten, waardoor de convectorput geen goede aanzuiging heeft;
• Isoleer de of neem een goed geïsoleerde convectorput;
• Stem de capaciteit af op het verwarmings,-opwekkingssysteem van de woning: 80/60 °C of bijvoorbeeld 50/40°C voor optimale vermogensafstemming;
• Laat je adviseren door de leverancier die voor de juiste werking in kan staan.

Om de convector te upgraden kan je eenvoudig een ondersteuningsventilator plaatsen. Pas nadat de buizen warm worden, zorgt een eenvoudige regeling ervoor dat de ventilatoren in werking treden en de convectiestroming geforceerd wordt opgestart.