Welk koudemiddel en waarom?

De warmtepompmarkt bevindt zich in een cruciale overgangsfase waarbij de keuze voor het juiste koudemiddel bepalend is voor de toekomstbestendigheid van de installatie. Tijdens de VSK+E 2026 werd de verschuiving van synthetische koudemiddelen naar natuurlijke alternatieven duidelijker dan ooit. Waar R32 momenteel nog een dominante rol speelt als efficiënte opvolger van R410A, wint propaan (R290) snel terrein door zijn minimale klimaatimpact. Voor de installateur betekent dit een afweging tussen beproefde techniek met een gematigde ontvlambaarheid en een milieuvriendelijk alternatief dat echter striktere veiligheidseisen stelt aan het systeemontwerp en de plaatsing.

Klimaatimpact en regelgeving

De drijvende kracht achter de koudemiddelkeuze is de Europese F-gassenverordening. R32 heeft een Global Warming Potential (GWP) van 675, wat aanzienlijk lager is dan zijn voorganger, maar nog steeds onder de quotaregeling valt. Propaan daarentegen heeft een GWP van slechts 3, waardoor het vrijgesteld is van de uitfaseringspaden voor HFK's. Ron M.R. Bosch wijst erop dat hoewel R32-units tot 2050 geserviced mogen worden, de markt voor nieuwe apparatuur onder de 50 kW volgend jaar al een verbod ziet op koudemiddelen met een GWP boven de 150. Dit maakt R290 de strategische keuze voor langetermijnprojecten.

Systeemontwerp en toepassing

Technisch gezien verschillen R32 en R290 fundamenteel in hun thermodynamische eigenschappen. R32 is een A2L-koudemiddel (beperkt ontvlambaar), wat flexibele split-systemen met dunne leidingen mogelijk maakt. R290 valt in de A3-klasse (zeer ontvlambaar), waardoor het voornamelijk wordt toegepast in monoblock-systemen waarbij het koudemiddelcircuit zich volledig buiten de woning bevindt. Een groot technisch voordeel van propaan is de mogelijkheid om hoge aanvoertemperaturen tot 75 graden Celsius te bereiken, wat het bij uitstek geschikt maakt voor renovatieprojecten waarbij bestaande radiatoren behouden blijven.

Koudemiddelbeheer en Veiligheid

De keuze voor het koudemiddel heeft directe gevolgen voor de certificering en de uitvoering van de werkzaamheden:

  • Nieuwe Certificering (A1 t/m E): Houd er rekening mee dat bestaande F-gassencertificaten na 29 maart 2026 niet meer volstaan. Het nieuwe systeem dekt zowel synthetische als natuurlijke koudemiddelen. Voor het werken met R290 is specifieke kennis over brandveiligheid en explosiepreventie vereist, die wordt getoetst in de nieuwe categorieën.

  • Afvullimieten en Plaatsing: Bij R290-systemen zijn de afvullimieten zeer strikt. Controleer bij de plaatsing van een buitenunit altijd de afstand tot gevelopeningen en ontstekingsbronnen. Voor R32-splitsystemen moet bij grotere vullingen de ruimteventilatie worden getoetst aan de NEN-EN 378 om te garanderen dat bij lekkage de onderste ontvlambaarheidsgrens (LFL) niet wordt overschreden.

  • Gereedschapsbeheer: Meng nooit gereedschap tussen verschillende koudemiddelgroepen. Vacuümpompen en afpompstations voor R290 moeten vonkvrij zijn. Gebruik elektronische lekdetectoren die specifiek gekalibreerd zijn voor koolwaterstoffen, aangezien standaard sensoren voor synthetische koudemiddelen propaanlekkages vaak niet of onnauwkeurig detecteren.

  • Service en Onderhoud: Hoewel R32 als transitiekoudemiddel wordt gezien, blijft de servicebehoefte voor bestaande parken groot. Zorg bij onderhoud aan R290-circuits voor een veilige werkzone van minimaal drie meter rondom het toestel en gebruik stikstof voor het spoelen van het systeem voordat er gesoldeerd wordt.

3 Kenmerken van de koudemiddelstrijd

  • Toekomstbestendigheid

    R290 is met een GWP van 3 volledig voorbereid op de strengste milieueisen van de komende decennia.

  • Toepassingsgebied

    R32 blinkt uit in compacte split-units, terwijl R290 de standaard wordt voor krachtige monoblocks in de renovatie.

  • Veiligheidsregime

    De overstap naar A3-koudemiddelen vereist nieuwe certificering, aangepast gereedschap en scherpere plaatsingsprotocollen.

Dit artikel is een verkorte samenvatting van het uitgebreide achtergrondverhaal uit InstallateursZaken editie 04/2026. Wil je alle details, technische verdieping en interviews lezen? Het volledige artikel is te vinden in ons magazine vanaf 15 mei a.s.