Zelfregelende klimaatsystemen
De opkomst van zelfregelende (of adaptieve) klimaatsystemen verandert de rol van de installateur ingrijpend. Waar de focus voorheen lag op de fysieke montage, verschuift het zwaartepunt nu naar een adviserende rol. Fabrikanten zoals Itho Daalderop en Brink Climate Systems introduceren systemen die zichzelf inregelen via CO2- en vochtsensoren, bediend worden via apps en op afstand gemonitord kunnen worden. Dit maakt installaties slimmer, maar vraagt ook om een nieuwe systeemaanpak op de werkvloer.
Ventileren per ruimte zonder toevoerkanalen
Een opvallende trend is het minimaliseren van kanaalwerk. Het Multi Air Supply systeem van Brink Climate Systems maakt gebruik van een centraal WTW-toestel dat verse lucht in een centrale ruimte (zoals de traphal) brengt. Via CO2-gestuurde Indoor Mixfans boven de binnendeuren wordt de lucht vervolgens naar de afzonderlijke verblijfsruimtes getransporteerd. Dit bespaart niet alleen ruimte en materiaal, maar verhoogt ook het comfort door zonering.
Voorspellend onderhoud via de Cloud
Zelfregelende systemen gaan verder dan alleen sturen op sensoren. Binnen nu en vijf jaar zullen systemen waarschijnlijk in staat zijn zichzelf te diagnosticeren. Via remote monitoring kan de installateur al zien dat een filter vervangen moet worden of dat een onderdeel dreigt te falen voordat de bewoner een probleem ervaart. Dit verandert service-onderhoud van reactief naar proactief, wat zorgt voor een efficiëntere planning en hogere klanttevredenheid.
De Installateurs Update: Systematiek en Normering
Bij zelfregelende systemen is de interactie tussen de componenten de grootste foutbron. Let bij de inbedrijfstelling op de volgende technische aspecten:
-
Luchtdichtheid en Overstroom: Bij systemen zonder directe toevoerkanalen valt of staat het debiet bij de weerstand van de overstroomvoorzieningen. Een te krappe spleet onder de deur verhoogt de SFP (Specific Fan Power), wat direct ten koste gaat van het energielabel en geluidsproductie veroorzaakt.
-
Sensorlocatie: De positionering van CO2- en RV-sensoren is cruciaal. Plaats deze nooit in 'dode hoeken' of direct naast de toevoeropening, omdat de meetwaarden dan niet representatief zijn voor de werkelijke luchtkwaliteit in de leefzone.
-
Modbus en Connectiviteit: De integratie in een Gebouwbeheersysteem (GBS) vraagt om kennis van communicatieprotocollen. Controleer bij hybride opstellingen altijd of de aansturing van de ventilatieunit de verwarmingscurve van de warmtepomp niet tegenwerkt (pendelgedrag voorkomen).
-
Inregelen via App: Hoewel apps de handmatige inregeling versnellen, ontslaat dit de vakman niet van de plicht om steekproefsgewijs drukverschilmetingen uit te voeren ter verificatie van de digitale output.
Actueel: Het systeemdenken
Fabrikanten benadrukken dat de installateur het installatieconcept steeds vaker als één integraal systeem moet benaderen. Een losse unit plaatsen volstaat niet meer; de interactie tussen sensoren, zonering en de bouwkundige schil bepaalt het rendement. Klanten verwachten in 2026 een advies dat verder gaat dan alleen de hardware: ze willen een garantie op een gezond binnenklimaat.
3 Kenmerken van slimme klimaatsystemen
-
Vraagsturing via Sensoren
Automatische aanpassing van ventilatiedebieten op basis van realtime CO2- en vochtmetingen per ruimte.
-
Eenvoudige Inregeling
Geen handmatige debietmetingen meer; systemen worden ingeregeld en uitgelezen via intuïtieve installatie-apps.
-
Zonering zonder kanalen
Slimme oplossingen zoals Indoor Mixfans maken individuele ruimteregeling mogelijk zonder complexe kanaaltrajecten.
