Jubileumfilm Breman is menselijk portret met ruimte voor trots én twijfel

In een bijna volle Pathé Zwolle ging op maandag 26 januari de film In dienst van de toekomst in première. Voor deze eenmalige vertoning huurde Breman de volledige bioscoop af. Collega’s, oud-collega’s, familieleden, klanten, partners en genodigden kwamen samen voor een film die niet het bedrijf centraal stelt, maar de mensen die het al honderd jaar maken.

Waar veel jubileumfilms terugkijken, slaat Breman met deze film een andere weg in. Met In dienst van de toekomst laten Gouden Kalf-winnaars Jonathan de Jong en Bastiaan Brand zien wat er gebeurt wanneer je een camera niet op de organisatie richt, maar op de collega’s, oud-collega’s, familieleden en generaties Breman die samen een eeuw vooruitgang mogelijk maakten. Het resultaat is een eerlijk en menselijk portret waarin ruimte is voor trots én twijfel, voor succes én moeilijke momenten en alles daar tussenin.

Het Breman-gevoel
In dienst van de toekomst volgt een diversiteit aan hoofdpersonen. Door hun ogen laat de film zien hoe een klein familiebedrijf uit Genemuiden uitgroeit tot een landelijke installatiegroep zónder de mens uit het oog te verliezen. Jong talent en ervaren vakmensen, actieve collega’s en gepensioneerden, de tweede, derde en vierde generatie Breman: samen gaven en geven zij vorm aan iets wat veel mensen herkennen, maar lastig onder woorden kunnen brengen: het Breman-gevoel.

Dwars door het scherm
Hanco Folmer van Eplucon, leverancier van Breman, verwoordde het na afloop zo: “Je voelt het Breman-gevoel dwars door het scherm heen. Het is ontzettend knap dat als je zo’n groot bedrijf bent, je zó de menselijke maat weet vast te houden. En uit te dragen. En eigenlijk doe ik de film dan nog tekort.” Rick Kerssies, collega van Breman Utiliteit Zwolle, reageert: “Echt indrukwekkend. Het lief en leed van de familie Breman en het bedrijf zitten erin. De film maakt me enorm trots dat ik bij Breman werk.”
In de film worden thema’s als vakmanschap, gelijkwaardigheid, zorgen voor elkaar en innoveren niet expliciet benoemd. Ze worden zichtbaar in gedrag, omgangsvormen, gezamenlijke keuzes en de dagelijkse praktijk. In werkplaatsen en op bouwlocaties. In gesprekken aan de keukentafel of in de kantine.