• Succesvolle zij-instroom

    Succesvolle zij-instroom

    De branche is hard op zoek naar nieuwe vakmensen. Daarom zijn in de afgelopen jaren in heel Nederland projecten gestart om werkzoekenden in korte tijd te scholen voor een loopbaan in de installatie-, elektro- of infratechniek. Regio Holland-Rijnland doet ook mee. Inmiddels is het vierde zij-instroomproject gestart met alweer het eerste resultaat: Ahmad Ezzeddin is aan de slag gegaan bij Ponsioen Installatie Techniek.Lees verder »
  • Belang kwaliteitsborging

    Belang kwaliteitsborging

    In 2050 moet de gebouwde omgeving energieneutraal zijn. Volgens Ron Bosch, dga van technisch adviesbureau TIAB gaat dat ons nooit lukken als er geen behoorlijke kwaliteitsborging komt. En dat begint opmerkelijk genoeg al in de ontwerpfase.Lees verder »
  • WELL Building Standard

    WELL Building Standard

    Als u weleens een auto heeft gekocht, dan heeft u zich vast afgevraagd of u bijvoorbeeld airconditioning of volledige climate control wilde. Installateurs zijn vakidioten, maar ook een a-technische autokoper weet precies wat deze opties inhouden. Heeft u uw opdrachtgever echter wel eens gevraagd of hij ook climate control wilde in zijn gebouw? Of stoelverwarming? Elektrisch bedienbare ramen? Binnenmilieuadviseurs horen vaak dat installateurs het lastig vinden om een opdrachtgever de meerwaarde van dergelijke maatregelen uit te leggen. Het gevolg is dat zowel de opdrachtgever als installateur vooral naar de prijs kijken. Dit artikel licht toe hoe de WELL Building Standard kan worden ingezet om dit gesprek te voeren. Zie het als de autobrochure voor uw volgende gebouw. Internationaal keurmerk De WELL Building Standard is een internationaal keurmerk voor gezonde gebouwen. Deze standaard is ontwikkeld door de Amerikaanse vastgoedorganisatie Delos en in 2014 overgedragen aan het International WELL Building Institute (IWBI). Voor wat betreft de definitie van gezondheid en welzijn sluit WELL aan bij de definitie van gezondheid van de Wereldgezondheidsraad: “Health is a state of complete physical, mental, and social well-being and not merely the absence of disease or infirmity.” Holistische benadering Het gaat bij WELL dus niet alleen om het voorkomen van gezondheidsbedreigende situaties, maar ook om het realiseren van gebouwen die het welzijn van de gebouwgebruikers bevorderen en gebruikers dus in staat stellen om maximaal te presteren. Om dit te bereiken kiest WELL voor een holistische benadering. De WELL Building Standard stelt niet alleen eisen aan de klassieke onderwerpen als luchtkwaliteit, licht, thermisch comfort en akoestisch comfort, maar ook aan waterkwaliteit, voeding, beweging en activiteit, materialen en geestelijke gezondheid. Twee versies Op dit moment zijn er twee versies van de WELL Building Standard: de V1 die tot circa medio / eind 2019 gebruikt wordt en de V2, de nieuwe standaard die vanaf nu gebruikt mag worden en op termijn de V1 zal vervangen. Beide standaarden zijn voornamelijk gericht op kantoorgebouwen. WELL V1 heeft daarnaast pilot-documenten met specifieke eisen voor bijvoorbeeld woningen en scholen. Bij WELL V2 zijn de pilot-documenten voor de afzonderlijke gebouwtypes geïntegreerd tot één online pakket van eisen, waarbij per Feature aparte eisen worden gegeven voor specifieke gebouwen. Gespreksdocument Wanneer aan voldoende WELL-eisen wordt voldaan, kan een WELL certificaat worden behaald. Hierin is het vergelijkbaar met bijvoorbeeld BREEAM, een label voor duurzame gebouwen. De WELL Building Standard kan echter ook als gespreksdocument gebruikt worden om samen met een opdrachtgever te bekijken hoe een gebouw gezonder en comfortabeler gemaakt kan worden. WELL in Nederland Er zijn op dit moment circa 50 Nederlandse projecten geregistreerd voor WELL certificatie. Op het moment van schrijven is er echter nog geen enkel gebouw in Nederland dat een WELL certificaat heeft. Verwachting is dat een dezer dagen de eerste certificaten behaald zullen worden. Op dit moment wordt WELL in Nederland voornamelijk toegepast in kantoorgebouwen. De eisen zijn echter voor ieder gebouwtype te gebruiken, ook voor woningen. Leren van een autobrochure Een autobrochure biedt klanten de mogelijkheid om de voor hun belangrijke opties …Lees verder »
  • All-electric leverancier

    All-electric leverancier

    Alklima is een begrip in Nederland. De exclusieve importeur van Mitsubishi Electric Living Environment Systems bestaat al sinds 1994. Dit jaar wordt dus het 25-jarig jubileum gevierd. Tijd voor een terug- en vooruitblik met Arjen de Jong, directeur van de klimatiseringsexpert en Marketing Manager Erwin Bonis. De Jong was er vanaf het prille begin bij. Dat hij zelf in de installatietechniek terecht kwam, was volgens hem al voorbestemd. “Mijn initialen zijn A en C oftewel Airconditioning, ik had dus geen keuze”, grapt de 51-jarige. De Jong doorliep de HTS en stapte vervolgen het werkzame leven in. Start “Ik ben niet iemand voor de ‘diepe techniek’. Ik voel me meer op mijn gemak op het snijvlak van techniek en commercie. Na elders mijn werkzame leven te hebben opgestart, werd ik in 1994 benaderd om met twee andere collega’s het importeurschap te gaan vormgeven. Alklima had een contract afgesloten met Mitsubishi Electric. Op 1 mei 1994 zijn we heel bescheiden begonnen op de 3de verdieping van een tot kantoor omgebouwde woonflat in Papendrecht.” Bedrijfsnaam De naam Alklima was een toevallige vondst. “De eigenaar van de holding reed in 1992 achter een wagen in Spanje waarop ‘Alklima’ stond. Hij dacht gelijk: ‘laat ik die naam deponeren voor later’.” In de beginjaren richtte Alklima zich puur op de airco-oplossingen. Van wand, tot cassette en (Multi) split systemen, in 1998 kwamen daar VRF-oplossingen bij. Een jaar later werd De Jong directeur van Alklima. Primeur In datzelfde jaar had Mitsubishi Electric een Europese primeur in Nederland. “We realiseerden een voor die tijd vooruitstrevende klimaatinstallatie in het Kurhaus Hotel te Scheveningen, waar we met bodemopslag en warmte uitwisseling alle kamers van het hotel kunnen koelen en verwarmen. In de daarop volgende jaren mocht Alklima meer Europese primeurs op haar naam schrijven, zoals de toepassing van de Hybride VRF in The Generato Hotel en de installatie van de CO2-warmtepomp in The Albus Hotel.” Verhuizing Geleidelijk aan werd het onderkomen in Papendrecht te klein. “Daarom besloten we in 2003 om ons te gaan vestigen in Alblasserdam in een voor ons speciaal gebouwd pand, ontworpen door de architect Alwin Reedijk.” Het is nog altijd de thuisbasis van Alklima. Recessie In 2008 kwam de wereld in een zware economisch recessie terecht. Hoewel alle seinen op rood stonden, wist Alklima haar marktaandeel juist uit te breiden. 2013 was het moeilijkste jaar, waarin ook afscheid genomen moest worden van enkele medewerkers. Daarna keerde gelukkig het tij en sindsdien zit de importeur van Mitsubishi Electric in een opgaande lijn. “Vorige jaar hebben we 19 mensen aangenomen, voor dit jaar staan er 12 vacatures open.” In het totaal heeft het bedrijf ongeveer 60 medewerkers in dienst. Kernwaarden Ook Alklima zelf veranderde. “In de beginperiode hadden we geen aparte Marketingafdeling. We bedachten zelf onze reclameteksten, met een biertje erbij. Zo is het voor cassette-units ‘onopvallend aanwezig’ ook geboren wat je nu in allerlei folders ziet staan,” vertelt De Jong lachend. Hoewel Alklima veranderde, bleven bepaalde kernwaarden behouden, vertelt Marketing Manager Bonis. De 39-jarige is zelf 11 …Lees verder »
  • “We verwarmen minder”

    “We verwarmen minder”

    Volgend jaar staat hij 30 jaar aan het roer bij Jaga Konvektco. Chris Heerius heeft de klimatiseringsmarkt flink zien veranderen. “Door de goede woningisolatie zijn koelen en ventileren steeds belangrijker geworden. We hebben al de tools voor een duurzaam 2050, maar de branche is te behoudend.” Jaga Konvektco is de Nederlandse importeur van Jaga-oplossingen. In het assortiment bevinden zich onder andere de bekende Oxygen2, Briza en sinds kort ook de Strada Hybrid (zie kadertekst). Als radiatorexpert levert het bedrijf zowel oplossingen aan de woningbouw – van sociale huurwoningen tot luxe villa’s – als utiliteit, bijvoorbeeld kantoren en zorgcomplexen. Betere isolatie “Geleidelijk aan is het aandeel verwarming wat aan het afnemen”, vertelt Heerius. De verklaring ligt voor de hand; door de steeds betere isolatie van nieuwbouwwoningen en nieuwe utiliteitsgebouwen neemt de warmtevraag af. Tegelijkertijd ziet Heerius dat ook in renovatietrajecten vaak ingestoken wordt op een betere gebouwschil. Koeling wordt belangrijker Deze verandering heeft verregaande gevolgen, vertelt de directeur van Jaga Konvektco. “Het belang van koeling en ventilatie neemt toe, bovendien wordt het steeds belangrijker om de verschillende klimatiseringssystemen nauwkeurig af te stemmen op de bouwkundige situatie.” Radiatorspecialist Jaga speelt in op deze ontwikkeling door niet alleen oplossingen aan te bieden die verwarmen, maar ook eventueel ventileren, koelen en/of beschikken over warmteterugwinning. Zo kan bijvoorbeeld de Strada Hybrid verwarmen en koelen, de Jaga Oxygen verwarmen en ventileren en de Jaga Fresh bovendien nog warmte terugwinnen. LT-radiatoren Waar vroeger al vaak standaard werd gekozen voor vloerverwarming op de begane grond en de eerste verdieping om een behaaglijk binnenklimaat te creëren, lijkt er nu een kentering plaats te vinden. “Vloerverwarming is een traag regelbaar systeem. In een goed geïsoleerde woning komen LT-radiatoren in een aantal gevallen als veel beter uit de bus. Zo willen kinderen overdag studeren of spelen op hun kamer, dan moet de temperatuur omhoog, maar slapen ze er ’s avonds en dan moet de temperatuur weer omlaag. Dat vraagt om een systeem met een snelle reactietijd, waarbij tegelijkertijd de uiteindelijke warmtevraag beperkt blijft vanwege de hoge isolatie. Een LT-radiator is dan de aangewezen oplossing.” Volgens Heerius begint het daarom steeds normaler te worden om LT-radiatoren op de eerste verdieping en daarnaast ook in de woonkamer en keuken te installeren. Behoudende sector Jaga Konvektco is de afgelopen jaren uitgegroeid tot een internationale speler, die ook betrokken is bij projecten in bijvoorbeeld de VS, Canada en China. Dat levert interessant vergelijkingsmateriaal op voor Heerius. “De installatiebranche in Nederland loopt achter. Een nieuwe trend als circulair denken wordt nog nauwelijks opgepakt. Wij zetten er zelf al vol op in. Zo gebruiken wij aluminium, staal, koper en ook houten omkastingen. Deze materialen zijn allemaal goed herbruikbaar.” Daarnaast ontbeert het installateurs vaak aan commerciële vaardigheden, zegt Heerius. “Zonde, want als ze de consument goed voorlichten over wat er allemaal mogelijk is, wil die best zijn portemonnee trekken.” Hoog tempo Anderzijds begrijpt Heerius ook wel dat de installateur soms moeite heeft om het tempo bij te benen. De veranderingen gaan snel. “Een moderne installateur moet weet hebben …Lees verder »
  • Opleiden voor de WW?

    Opleiden voor de WW?

    Het rapport werd opgesteld door de Intelligence Group en Arbeidsmarktkansen.nl. Ze namen alle 455 middelbare beroepsopleidingen en de kansen op de arbeidsmarkt onder de loep. De vraag is hoe zit het met de installatiesector? De banen liggen nu wel voor het oprapen, maar hoe ontwikkelt de arbeidsmarkt zich op de langere termijn? Installatienet sprak met Doekle Terpstra, voorman van Uneto-VNI en Ralph Vroegop van Stabiplan, software-expert en leverancier van robots voor installateurs. Beide heren hebben een uitgesproken mening over het thema robotisering en werkgelegenheid. Gevarenzone Opleidingen en beroepen die in de gevarenzone verkeren, volgens het rapport, zijn bijvoorbeeld human resource management, bedrijfsadministratie, acteur en zelfs ict-beheerder en gamedeveloper. Wat die laatste twee beroepen betreft is er vooral vraag naar hbo+ specialisten, aldus beide onderzoeksbureaus. Banen verdwijnen Door de jaren heen hebben we verschillende geluiden gehoord over de werkgelegenheid in de branche. Sommige deskundigen zien een tijdelijke hausse aan werk, maar op de lange termijn het aantal banen slinken. Zo liet ABN-Amro al 2 jaar geleden bij de toelichting op haar trendrapportage voor de bouw en installatiebranche op Building Holland weten dat er naar haar inschatting binnen 5 tot 10 jaar banen gaan verdwijnen door digitalisering. Gigantische opgave Volgens Doekle Terpstra “wijst niets in die richting. Dit is de sector van de toekomst. We staan voor een gigantische maatschappelijke opgave om de gebouwvoorraad te verduurzamen. Jongeren die nu voor een technische dienstverlening kiezen, hebben per definitie een baangarantie.” Binnen- en buitenkant gebouw Ja, geeft Terpstra toe, in de nieuwbouw zou het plaatje er weleens minder gunstig uit kunnen zien over een aantal jaar. Althans voor de bouwkundige disciplines en in mindere mate voor de installatietechniek. “Prefabricage en robotisering zullen hun impact hebben, maar dat leidt niet tot verlies aan werkgelegenheid. Er komt namelijk alleen maar werk bij. Het aandeel installaties in gebouwen neemt toe, al die systemen moeten worden beheerd en onderhouden en daarvoor zijn vakmensen nodig. Ook komen er nieuwe werkzaamheden en disciplines bij, denk aan de installatie en het onderhoud van laadpalen voor elektrische auto’s, energiemanagement en -monitoring en data-analyse. De rol van de installateur wordt alleen maar belangrijker; al vanaf de ontwerpfase.” “Robotisering een zegen” De installatiesector blijft dus buiten schot, meent de voorman van Uneto-VNI. Nu en op de lange termijn. “Het is niet zoals in de financiële sector dat banen worden weg geautomatiseerd. Sterker nog, met ons enorme gebrek aan vakmensen denk ik juist dat robotisering een zegen kan zijn. Het betekent dat we meer ruimte krijgen voor hoogwaardige dienstverlening, bijvoorbeeld als regisseur van de energietransitie. Dankzij digitalisering kunnen we waarde toevoegen, bijvoorbeeld door data-analyse en diensten te leveren die betrekking hebben op energiemanagement. Het zal een uitdaging zijn om in te spelen op de veranderende verhoudingen die daaruit voortkomen. Het werk zal verschuiven, er ontstaan nieuwe functies, zoals die van BIM-modelleur.” Af van “diploma-maatschappij” Uneto-VNI hamert daarom op het belang van opleiden. “De wereld verandert, om het tempo te kunnen bijbenen, moeten we allemaal een leven lang blijven leren. We hebben een diploma-maatschappij en dat …Lees verder »