artikel editie april 2018
  • Sanitaire technieken

    Sanitaire technieken

    Van VR-bril tot kant-en-klare units De bouw- en installatiebranche staan te springen om vers bloed. Dus ook het vakgebied ‘Sanitaire Technieken’. Nu de instroom achterblijft, proberen fabrikanten de installateur een handje te helpen. Met VR, prefab-oplossingen en uitgebreide begeleiding. Alles draait kortom om installatiegemak. En, uiteraard, duurzaamheid. ‘Ruim 55.000 mensen nodig de komende vier jaar’, kopte het Economisch Instituut voor de Bouwsector begin dit jaar. De bouw- en installatiebranche weten van gekkigheid niet meer hoe …Lees verder »
artikel editie april 2018
  • Geld mag weer rollen

    Geld mag weer rollen

    SANITAIRTRENDS op de shk essen Even over de grens ligt Essen. Volgens insiders een zeldzame parel in het geïndustrialiseerde Roergebied. “Als je ten minste de juiste wijken ingaat”. Wij bezochten Essen vanwege een geheel andere reden. Om het jaar organiseert de Messe Essen de SHK ESSEN, één van de grootste installatievakbeurzen van Europa. Gewoonlijk in het begin van maart. Vanwege het tijdschema beperkten we ons deze keer tot de sanitairhallen. Verslag van een rondje ‘duurzaamheid’, …Lees verder »
artikel editie februari 2018 isso waterblad
  • Nieuwe richtlijnen afpersen leidingen

    Nieuwe richtlijnen afpersen leidingen

    MEER VEILIGHEID Afpersen waterleiding bij het European Patent Office in Rijswijk Verzekeraar Achmea keert per uur 10.000 euro aan waterschade uit. Op dagbasis komt dat neer op een half miljoen euro voor de gehele verzekeringsbranche. Volgens Achmea heeft 25 % van deze kosten te maken met de leidingwaterinstallatie. Een blik op de cijfers van de afgelopen jaren laat bovendien zien dat deze kostenpost alleen maar groter wordt. Hoog tijd dus om dit probleem grondig aan te pakken. Een van de maatregelen is de invoer van nieuwe richtlijnen voor het afpersen van leidingen. Vanaf 2018 zijn ze in de Waterwerkbladen opgenomen. Volgens Eric van der Blom, Uneto-VNI’s expert op het gebied van Sanitaire Technieken, neemt de waterschade in gebouwen alleen maar toe. Zeker in gebouwen jonger dan 10 jaar. Een 100% waterdichte verklaring kan hij niet geven, er zijn verschillend factoren in het spel. Wel weet de branche dat met goed en nauwgezet afpersen van de installatie, de kans op lekkages aanzienlijk afneemt en dat de installateur met het opgestelde afpersrapport kan laten zien dat hij kwalitatief goed werk heeft geleverd. Organisatie bouwproces Alleen gaat er nu nog veel mis bij het afpersen van leidingen. Hoe komt dat? Van der Blom wijst op de organisatie van het bouwproces. Als architect en bouwkundig aannemer de installateur te laat betrekken bij het ontwerp en de uitvoering, kan laatstgenoemde voor vervelende verrassingen komen te staan. Zoals onvoldoende ruimte om zijn sanitaire installaties aan te leggen. Daarnaast zorgt tijdgebrek tijdens de montage voor haastwerk en neemt de kans op slechte of niet gecontroleerde verbindingen toe. Rol fabrikanten Leidingproducenten leveren het liefst ook eigen gereedschap bij hun systeemoplossingen. Vanuit het oogpunt van veiligheid en vanuit commerciële overwegingen volstrekt begrijpelijk. Maar ja, wat doe je als installateur als je halsoverkop een leiding moet aftakken en je hebt net niet het persgereedschap van fabrikant A bij je, maar wel van fabrikant B? Juist ja, de gevolgen laten zich raden. Het lijkt te passen en dicht te zijn, maar na verloop van tijd treden lekkages op. Deze zijn weer moeilijk te achterhalen, omdat leidingen bij voorkeur worden weggewerkt in muren, in of onder vloeren of achter voorzetwanden. Nieuwe richtlijnen Uneto-VNI heeft samen met onder andere verzekeraars en schadebedrijven een lijst opgesteld met aandachtspunten om de kans op waterschadegevallen te minimaliseren voor particuliere en zakelijke opdrachtgevers Deze ‘Klantenkaart preventie waterschade’ is te raadplegen op de website van de brancheorganisatie. Daarnaast is Waterwerkblad WB 2.3 over de persproef aangepast. De versie uit 2004 was namelijk hard aan herziening toe, omdat in de praktijk was gebleken dat met de hoge persdrukken zoals die in het oude werkblad stonden voorgeschreven, lekkages niet altijd direct werden waargenomen. Bovendien is er goed gekeken naar de benodigde tijd voor het afpersen van een installatie(deel). Uit onderzoek van fabrikanten was al naar voren gekomen dat het afpersen is sommige gevallen in een kortere tijd mogelijk is. Lekdicht en drukbestendig Het Waterwerkblad WB 2.3 (JAN. 2018) is inmiddels herzien en sluit aan op NEN 1006 (september 2015). De …Lees verder »
artikel editie maart 2018 duurzame ontwikkeling power-to-gas regenwater
  • Duurzame wijk met verschillende waternetten

    Duurzame wijk met verschillende waternetten

    SANITAIR HOOGSTANDJE Rijnhuizen gaat op de schop. Het voormalige kantoorgebied in Nieuwegein transformeert in een wijk waarin wonen, werken en recreëren mogelijk zijn. De herontwikkeling krijgt een duurzaam karakter, waarbij een belangrijke rol is weggelegd voor sanitaire systemen. Zo worden er maar liefst drie waternetten aangelegd. In de wijk komen 1500 nieuwe woningen te staan. De energievraag wordt volledig op duurzame wijze ingevuld. Vlakbij de huizen verrijst namelijk dit jaar nog een zonnepark. Dit complex kan geleidelijk aan jaarlijks 7 miljoen kilowattuur aan energie gaan leveren aan de woningen. Bovendien worden er pv-panelen gelegd op de huizendaken. Volgens berekeningen krijgt de wijk zo de beschikking over nog eens 3 miljoen kilowattuur extra aan energie op jaarbasis. Hoewel het energie-aanbod dus fors zal zijn, blijft een aansluiting op het reguliere net nodig, om elektriciteit te kunnen uitwisselen Opvang regenwater De pv-panelen in het zonnepark leveren niet alleen energie, maar gaan ook via een goot onderin regenwater opvangen, wat in een ondergrondse waterberging (aquifer) wordt opgeslagen. Het gaat op jaarbasis om zo’n 30.000 kuub, schatten onderzoekers van het KWR-Watercycle Research Institute die betrokken zijn bij het project. Met de energie van de zonnecentrale wordt dit water vervolgens omgezet in demi-water. Dat is water ontdaan van alle verontreinigingen, mineralen en zouten. Zo’n 29.000 kuub is bestemd voor onder andere vaatwassers en wasmachines in de woningen. Hiervoor krijgt de wijk een apart leidingnet. Met het demi-water wordt een aanzienlijk deel van de waterbehoefte ingevuld. Per dag gebruiken we ongeveer 120 liter water per persoon. In Rijnhuizen zal in de toekomst rond de 50 liter bestaan uit demi-water. Althans, volgens het concept dat nu wordt onderzocht en ontwikkeld. Power-To-Gas De overige 1000 kuub demi-water wordt met behulp van zonne-energie omgezet in waterstof. Nu het einde van het aardgastijdperk in zicht komt, rijst de vraag wat we met de bestaande infrastructuur aan moeten. Slopen, hergebruiken, laten liggen? De meningen lopen sterk uiteen. Sommige energiedeskundigen pleiten voor de transformatie naar een all-electric maatschappij. Gas zou dan voorgoed tot het verleden gaan behoren. Anderen zien meer heil in een combinatie van duurzame energieopwekking en Power-To-Gas. In dat laatste geval denken we al snel aan waterstof. Maar er is een volwaardig initiatief, volgens Ab Streppel. Enkele jaren geleden studeerde de Werktuigbouwkundige af aan de TU Delft. In zijn eindscriptie legde hij uit, dat ammoniak in feite dezelfde mogelijkheden biedt als waterstof. Brandstof en opslag Wat zijn dan die mogelijkheden? Door de elektrolyse van water ontstaan twee gassen; waterstof en zuurstof. Allebei vertegenwoordigen een bepaalde marktwaarde. Zo kan de zuurstof worden benut voor processen in de zorg of chemische industrie. De waterstof is om meerdere redenen interessant voor de gebouwde omgeving en automotive industrie. Laten we de situatie in Nieuwegein als uitgangspunt nemen. 1000 kuub water levert via elektrolyse zo’n 80 ton waterstof op. Dat is volgens onderzoekers van het KWR op jaarbasis voldoende voor 600 normale persoonsvoertuigen. Tegelijkertijd biedt waterstof een oplossing voor het opslagprobleem. Vaak vallen de productie van en vraag naar duurzame energie niet met elkaar samen. …Lees verder »
artikel editie januari 2018 legionella
  • Legionella

    Legionella

    Na de legionella-uitbraak in Bovenkarspel heeft de overheid ingezet op preventieve maatregelen en controleprocedures om besmettingen met legionellose te voorkomen. Toch blijft het aantal meldingen jaarlijks stijgen. Een van de redenen voor deze toename zou kunnen liggen in het feit dat nog niet alle risicofactoren worden meegenomen in deze maatregelen. Onderzoek van Wilco van der Lugt en anderen toont aan dat materiaalkeuze en watersamenstelling van invloed kunnen zijn op de aanwezigheid en de groei van de legionellabacterie. Legionellabesmettingen zijn vaak gerelateerd aan de condities in koeltorens of bubbelbaden, maar bij op zichzelf staande gevallen is de bron van de besmetting meestal niet te herleiden. Verschillende onderzoeken hebben aangetoond dat in zo’n 20% van de woningen van legionellosepatiënten één of meerdere legionellabacteriën voorkwamen. Meestal ging het dan om de legionella anisa, een minder gevaarlijke variant dan de legionella pneumophila. Besmetting ondanks preventie Als we kijken naar de preventieve maatregelen die de overheid oplegt, is het vreemd dat in deze huishoudens zo vaak de aanwezigheid van legionella wordt geconstateerd. De drinkwatersystemen zijn niet omvangrijk, de watertemperatuur blijft doorgaans onder de 25 °C en het watersysteem wordt met grote regelmaat gebruikt. Ook in prioritaire installaties, bijvoorbeeld in ziekenhuizen, zorginstellingen en zwembaden en niet-prioritaire installaties die voldoen aan alle voorgeschreven preventieve maatregelen en controleprocedures wordt nog steeds legionella gevonden. De praktijk is geen laboratorium De maatregelen die de overheid heeft voorgeschreven zijn uitvoerig getest. In laboratoria bleek het nagenoeg onmogelijk voor de legionellabacterie om zich bij een temperatuur onder de 25 °C voort te planten. De praktijk is weerbarstiger. In 2010 toonde een aantal onderzoekers bijvoorbeeld aan dat de gevaarlijke variant legionella pneumophila prima in staat was te groeien op EPDM in water met een temperatuur onder de 25 °C. Andere onderzoeken laten zien dat de aanwezigheid van metalen in het drinkwater van invloed is op de aanwas en overleving van de legionellabacterie in drinkwatersystemen. Ook het type kraan zou van invloed kunnen zijn op de aanwezigheid van legionella. Huidige risicobeoordeling Bij de risicobeoordeling zoals die in ons land plaatsvindt, worden het kraanontwerp en de samenstelling van het water niet als mogelijke kritische factoren gezien. Maar is dat terecht? Een team van deskundigen, bestaande uit onder andere microbiologen, epidemiologen en een installateur voerde onderzoek uit naar de invloed van het type douchemengkranen en de aan- of afwezigheid van roest van gietijzeren distributieleidingen op de groei van legionella anisa in kleine drinkwaterinstallaties. De onderzoeksopstelling Van der Lugt ontwierp samen met microbioloog Jacob Bruin een model met daarin vier kleine drinkwaterinstallaties. De leidingen en boilers waren van koper; de breektank is van polyethyleen en de kranen waren van messing en rvs. Omdat het in ons land niet is toegestaan chloor toe te voegen aan het drinkwater, werd in het onderzoek gebruik gemaakt van niet-gechloreerd water. In systeem 1 zat alleen drinkwater. In systeem 2 zat drinkwater waar roest aan werd toegevoegd. In systeem 3 zat met legionella besmet drinkwater. In systeem 4 zat met legionella besmet drinkwater waar roest aan werd toegevoegd. Onderzoek Systemen 1 en …Lees verder »